Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De vrouw op het bankje was heel erg zichzelf

PlusMaarten Moll

In de buurt van de Eerste Constantijn Huygensstraat zat een vrouw in een badjas voor haar huis op een bankje te roken. Naast haar op het hout een mok. Ze had een arm langs de leuning laten hangen, maar de kat die onder het bankje zat ging er niet op af.

De badjas had betere tijden gekend, en de vrouw had een vermoeid, streng gezicht, dat nog geaccentueerd werd door het opgestoken haar. Ze was denk ik een jaar of zestig, en te zien aan de manier waarop ze de rook uitblies had het leven haar nogal wat streken geleverd.

De deur van haar woning stond open, en ik zag een heel donker interieur, waar een vaas met gele tulpen nog wat vrolijkheid bracht.

Toen fietste ik de hoek om.

Waar ik remde, van mijn fiets stapte, terugliep, en om diezelfde hoek gluurde.

De vrouw zat nu met haar armen gespreid over de rugleuning en haar hoofd naar achteren. De ogen gesloten. Alsof ze de tijd nam om een besluit te nemen. Om die lamstraal van een kerel van haar het huis uit te schoppen. Zoiets.

Het schouwspel had iets gedateerds, uit vervlogen tijden, foto’s uit een volkswijk.

Iets Voskuils.

Dit was een toevalstreffer. Maar ik was al de hele week gespitst op dit soort taferelen.

Omdat ik Had je nog willen wandelen? had gelezen, waarin wandelingen van J.J. Voskuils alter ego Maarten Koning uit de roman Bij nader inzien en de zeven delen van Het bureau zijn verzameld. Wandelingen, voornamelijk in Amsterdam.

‘Op de stoep van nummer 86 zat als iedere ochtend de oude vrouw die op de Blauwburgwal woonde en die Eulalie gedoopt had. Ze schold hem soms uit voor schoft en hoerenloper, maar deze keer zweeg ze. Ze kamde haar haar, haar tasje op schoot, en praatte in zichzelf.’

En nog meer van dit soort scènes.

(Fraaie laatste zin van dat Voskuilcitaat, hij is denk ik de enige schrijver ter wereld die een zin heeft gebrouwen met drie keer achter elkaar het woord haar.)

Ik had het idee dat dit soort figuren, dit fragment speelt zich af in 1978, uit het straatbeeld waren verdwenen. Dat er geen onverschilligheid meer bestaat en iedereen er altijd zo uit wil zien dat de buren er niets van gaan denken.

De vrouw op het bankje was heel erg zichzelf, een soort artefact.

Ze had me gezien toen ik voorbijfietste, maar niets geroepen (jammer). Ze had haar ogen weer geopend, nam een slok uit de mok. Ze droeg iets te chique klompen, zag ik nu (ook jammer).

Er klonk een luide ringtone.

De vrouw viste een mobiele telefoon uit een zak van haar badjas, en toen was de betovering verbroken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden