James Worthy Beeld Agata Nowicka

De vrouw nam in haar leven genoegen met een boekenkast

Plus James Worthy

De vrouw woont in een rijtjeshuis in Watergraafsmeer. Ik loop langs de tuinkabouters die in haar voortuin staan en druk op de bel.

“Goedemorgen,” zegt ze met trillende stem.

“U hoeft niet bang te zijn,” zeg ik.

“Nee, dat is het niet. Ik ben niet bang. Er belt gewoon niet zo vaak iemand aan. Ik was vergeten hoe mijn deurbel klonk.”

In haar huiskamer staat een slaapbank. Ze zegt dat haar slaapkamer boven is, maar dat ze de trap niet meer opkomt.

Op haar aanrecht staat een supermarktappeltaartje; 35 procent korting. In het midden van de doos zit ook een sticker waarop staat dat weggooien zonde is.

“Je vraagt je vast af waarom je hier bent. Waarom ik je een mail stuurde. Nou, ik heb niet heel lang meer te ­leven en jij mag mijn boeken hebben.”

“Hoe lang heeft u nog?”

“Dat weet niemand. De dokters gokken ook maar wat. Alleen de kanker weet wat mijn uiterste houdbaarheidsdatum is.”

“U ziet er wel nog goed uit.”

“Dat vind ik nou ook. Toen ik vroeger verkouden was, zag ik er zieker uit dan nu. Heb je weleens een huis verkocht? Ik heel vaak. En op de dagen dat er dan kijkers kwamen, ruimde ik het huis ontiegelijk netjes op. Zo netjes was mijn huis nog nooit geweest. Ik maakte het dus extra mooi, zodat het makkelijker werd om er vanaf te komen. Volgens mij is mijn lichaam dit ook aan het doen. Er staan opeens verse bloemen op de eettafel en er liggen nieuwe kussentjes op de bank. En ik ruik wierook. Jij ook? Ik denk dat ik binnenkort kijkers heb.”

Ze loopt naar haar boekenkast toe en wrijft liefdevol over de middelste plank.

“Dit is alles wat ik heb. Wat er over is. Deze kast is mijn leven. Ik heb een paar huisdieren gehad. En ik heb wat staatsloten gekocht en niets gewonnen. Maar ik heb vooral veel gelezen. Reizen heb ik ook niet gedaan. Ik ben nooit verder dan Valkenburg gekomen. Je zou kunnen denken dat ik te weinig uit het leven heb gehaald, maar ik heb nergens spijt van. Natuurlijk had ik ook wel een gezinnetje gewild, maar ik ben nooit een man ­tegengekomen die interessanter was dan een goed boek. Echt niet. En ik heb het geprobeerd. Maar zelfs de leukste man die ik ooit ben tegengekomen, kon nooit meer dan een boekverfilming worden.”

Ik leg de stapels in een doos en luister naar de vrouw die in haar leven genoegen nam met een boekenkast.

“Ik ben ook zo blij dat ik zonder problemen weg kan sluipen van dit feestje. Ik hoef niet iedereen gedag te zeggen. Over een tijdje ben ik weg en niemand zal een afscheid eisen. Niemand zal verdrietig of boos zijn. Ik pak mijn jas en ik sluip weg.”

De vrouw staat in haar voortuin te kijken hoe ik de ­dozen in een taxibusje zet. Ze ziet er gelukkig uit. Er staan verse bloemen in haar ogen, er zitten nieuwe kussentjes in haar wangen en de wierookstokjes in haar hartkamers ruiken naar een nieuw begin.

Ze is klaar voor de kijkers.

Het einde zal spoedig een openingsbod uit gaan brengen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden