Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

De vrouw is doodsbang voor duiven

Plus Femke van der Laan

We staken samen over, de vrouw en ik. Zij voor, ik achter. Over het zebrapad. We hadden netjes gewacht op groen. Op de stoep aan de overkant doet ze plotseling een stap naar achteren. Haar hak landt op mijn wreef. Ik hoor een gilletje. Van schrik.

“Sorry! O, sorry!”

Ik kijk naar de hakken van de vrouw. Stevig. Hoekig. Mijn voet doet zeer.

“Het was die duif.” Ze wijst naar een lege stoep. “Sorry. Ik ben doodsbang voor duiven.”

De vrouw kijkt er angstig bij. Haar wenkbrauwen fronsen benauwd. In een flits zie ik haar voor me als klein meisje. Jaren geleden. In een achtertuin. Haar vader, vast en zeker de directeur van de dorpsschool, maar in zijn vrije tijd duivenmelker, houdt een grijze duif vlak bij haar gezicht. Ze krijgt geen lucht.

“Ik ben doodsbang voor hakken.”

Ze hoort me niet. Haar vinger wijst nog een keer naar de stoep. “Ze gaan altijd te laat aan de kant.”

Ik kijk naar de stoep. En dan verder de straat in. Het klopt niet. Als ze altijd te laat aan de kant zouden gaan, zou de weg bezaaid zijn met dode duiven. Toch knik ik. “Lijkt me lastig, in de stad wonen terwijl je bang bent voor duiven.” Ik leun met al mijn gewicht op mijn zere voet. De pijn trekt al weg.

“Gaat het?”

“Ja.”

“Ik heb een vriend die bang is voor broodsnijmachines.” De vrouw met de tirannieke vader kijkt me aan. Haar wenkbrauwen ogen al minder benauwd. Ze lijken nu te zeggen dat het altijd gekker kan. Dat haar vriend ook op mijn voet had kunnen staan. “Hij is bang dat hij er per ongeluk in terechtkomt, tussen de messen. Hij gaat dus nooit naar de bakker, terwijl hij het brood daar wel lekkerder vindt. Als hij bij me langskomt, zorg ik altijd dat er twee broden klaarliggen. Met van die grote pitten, die heeft hij het liefst.”

Ik zou best kunnen doorlopen. Mijn voet voelt weer gewoon. Ik hoor het voetgangerslicht achter me voor de tweede keer ratelen.

“Hij houdt duiven.”

“O. Joh.”

“Ja, daarom ga ik ook nooit bij hem langs, maar hij ­alleen bij mij. Maar het is gewoon een vriend, hè? Niet míjn vriend. Dat zou pas lastig zijn.”

Ik denk weer aan de schooldirecteur. Aan de achtertuin. “Nee, dat zou niet gaan.”

Ze kijkt naar mijn schoen. Er is niets te zien. Geen deuk. Geen vlek. “Nee, dat gaat niet.” Ze schudt haar hoofd zachtjes heen en weer. “Anders had ik het wel ­geprobeerd, denk ik. Maar nee. Ik laat hem, met zijn duiven.”

“Enge beesten.”

“Precies. Enge beesten.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.