Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

De vrouw in die koffiezaak noemt me kind

PlusFemke van der Laan

Er klinkt een ruis door de koffiezaak waar ik zit. De vrouw die net mijn koffie bracht, zit op haar hurken voor een kastje. Ze tuurt. Ik luister. Soms klinkt er door de ruis heen een liedje, of zijn er een kort moment stemmen te horen. Dan verschijnt er even iets hoopvols in het turen, maar de ruis wil niet wijken.

“Hebben jullie nog een echte radio?” De man twee plekken verderop kijkt op van zijn laptop. Hij klinkt verbaasd. Pas dan ben ik het ook.

De vrouw knikt. “Het is wat, hè?”

Ik ben hier graag. Niet vanwege de koffie, niet vanwege de plek aan het raam of de plek in de stad, maar om het woord dat komt bij de koffie. Kind.

“Hier, kind.”

Het is eigenlijk geen woord, maar een lange zin. Kind, hier is je koffie, ik hoop dat je ervan geniet, straks zal ik een boterham voor je smeren en in vier stukjes snijden, ik zal met je praten, maar vooral naar je luisteren en als je moe wordt pak ik een dekentje, zo’n zachte, en zing ik je in slaap. Hier, kind.

Het is een warm welkom, dat kind. Straks, als mijn koffie op is, er alleen nog wat schuim aan de randen van mijn kopje kleeft, zal ze vragen of ik nog blij ben. “Ben je nog blij, kind?” Dan zal ik knikken en nog een koffie vragen. “Dat dacht ik wel.”

Buiten, bij het pand aan de overkant van de straat, is een bouwvakker aan het werk op een steiger. Bovenin, waar de zon schijnt. Hij schuurt het houtwerk. De schuurmachine klinkt hierbinnen net als de ruis uit de radio. Af en toe komt er ook een stem doorheen. Van een collega die iets van beneden roept. Waar de zon niet schijnt.

Dan is de ruis niet langer stereo. “Nou, ik geef het op.”

Er komt geen ‘kind’ achteraan, ze heeft het tegen ons allebei.

De man met de laptop mompelt iets bevestigends. De vrouw komt overeind. Ik vraag of ze dan zelf iets gaat zingen. Ze kijkt me aan. “Ja? Zal ik?”

Ik weet opeens zeker dat ze heel goed kan zingen. En heel veel liedjes kent. Kinderliedjes. Van die ouderwetse. Waar ik van onder mijn dekentje naar kan luisteren. Waar ik bij in slaap kan vallen.

“Jongens, nee toch.” De laptopman kijkt paniekerig. Hij doet vast iets met cijfers. Iets ingewikkelds.

De vrouw draait zich om. Even later is er binnen ook weer ruis. Ze perst sinaasappels. Voor als ik straks weer wakker word. 

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden