Beeld Sjoukje Bierma

De vrouw deed wat ik hoopte en probeerde in het busje te klimmen

PlusMaarten Moll

Gisteren, het verzorgingstehuis hiertegenover.

Twee keer de ambulance.

Ik loop tegenwoordig weg van het raam. Te vaak gezien.

Later die ochtend zette ik met enige opluchting drie streepjes. Buiten, op de stoep, zag ik de vertrouwde gezichten van de rokende vrouw, de man in het oranje shirt (hij had nu een groene jas aan), en de vrouw met de rollator die ooit vier honden had.

Mijn bakens. De vaste waarden. Basisspelers in de wedstrijd tegen het virus. Zolang zij niet vallen, houden ze mij ook overeind. Ze geven op een vreemde manier hoop.

Om even voor elven was ik getuige van wanhoop.

Er kwam een oude vrouw naar buiten. Zwarte jas, mondkapje. Ze keek naar links, naar rechts. Sloeg rechtsaf.

Ze was nog geen vijf meter bij het tehuis weggeschuifeld, of er kwam een jongere vrouw naar buiten gesneld. Met mondkapje, zonder jas. Ze keek geagiteerd in het rond, en liep met besliste passen op de oude vrouw af.

Ze kwam naast de oude bewoonster lopen, boog zich voorover, vast om iets te zeggen, pakte haar zacht bij de arm, en zette een draai in om haar terug te voeren naar het verzorgingstehuis.

De oude vrouw – ze maakte geen verwarde indruk – moest er duidelijk niets van hebben, en rukte zich met een opvallend vinnige beweging los. Ze moet wat hebben gezegd, want de jongere vrouw deed een stapje terug en bleef staan – verrast en beteuterd (zo las ik haar lichaamshouding).

Even bevroor het tafereel.

Toen pakte het personeelslid haar weer vast. En de bewoonster rukte zich weer los.

Schermutseling voor het fietsenrek.

Zachte dwang hielp niet.

De oude vrouw liep verder, de hoek om.

Daar stond een busje van een vervoersbedrijf. Met open deuren.

De vrouw deed wat ik hoopte en probeerde in het busje te klimmen. Maar voor ze op een stoel kon gaan zitten werd ze, al half in het busje, door de jongere vrouw en de inmiddels gearriveerde cavalerie, bestaande uit drie andere personeelsleden, weer voorzichtig op het trottoir gezet. Er werd op de oude vrouw ingepraat, die wegkeek, en uit haar jaszak een zakdoekje haalde.

Na een paar minuten liet ze zich gewillig terug naar het verzorgingstehuis leiden.

Een eenakter zonder happy end. (Wie weet waar het busje haar heen had gebracht.)

De oude vrouw – ik miste heel erg de tas aan haar arm, zo’n omatas waar een flesje 4711 odeklonje in zit, en pepermunt, oude knopen – zat nu vast op haar kamer. Met lege blik te kijken naar de door een verzorgster aangezette tv. Haar gedachten buiten, zwevend naar aandacht.

Ik had een prachtige ontsnappingspoging gezien.

Ik noemde het wanhoop, maar ik denk dat ik het mis heb.

Het was levenslust.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden