Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

De vrijheid vieren in coronatijd zint me matig

PlusTheodor Holman

De vrijheid vieren in coronatijd zint me matig. Ik zit thuis, ik ben bang, ik ben kwaad. Het voelt aan als ‘opgelegde zelfcensuur’. Het heet een intelligente lockdown te zijn. Dat zal wel, maar ik weet één ding zeker: hij beperkt mijn vrijheid.

Mijn bewegingsvrijheid weliswaar, maar langzaam kruipt daar ook een beperking in van mijn manier van denken. En we vierden toch dat het denken weer ‘vrij’ was van het dictatoriale, racistische nationaalsocialistische gedachtegoed?

Hoe beïnvloedt het virus langzaamaan mijn vrijheid van denken?

Het virus zal harder optreden eisen van jongeren tegen ouderen, van gezonden tegen zieken, van werklozen tegen de overheid.

Men zal willen discrimineren.

Wetgeving, zeker ook noodwetgeving, zal, hoewel zij democratisch tot stand is gekomen, uit gevoelde noodzaak overtreden worden; men ziet met ledeogen z’n prachtige bedrijf met mogelijkheden naar de gallemiezen gaan. Kortom: het begrip recht­vaardigheid raakt verweesd.

Omdat het virus zich onttrekt aan schuld, leg je die maar bij iets wat je wel kunt aan­pakken: de regering, de gemeente.

Dan nog de psychische schade die deze beperking van bewegingsvrijheid aanricht, zoals eenzaamheid, huiselijk geweld.

Er is er ook zo’n tussengebied: achterstand van leerlingen en studenten, achterstand in sportprestaties. Brood en spelen zijn al sinds eeuwen zware gewichten op de balans om de moraal van het volk in evenwicht te houden, haal er één weg en men heeft zin in opstand.

Ik herhaal het: Bevrijdingsdag vieren zint me matig.

Matig, en toch doe ik het, zij het op mijn manier.

De vlag die gehesen wordt, is tevens een teken dat je iets hebt overwonnen waarna de toestand weer enigszins kon worden genormaliseerd. Het is zodoende een teken van hoop, na een tijd van rouw. Naarmate ik ouder werd, nam mijn gevoeligheid voor deze symboliek toe. ‘Vlaggen’ vond ik vroeger belachelijk, zeker als mijn vader met nadruk zei dat hij ‘met trots de Nederlandse vlag’ uitstak. (Anekdote van één zin: het was een vlag met een kogelgat erin, daarin geschoten door de pemoeda’s (nationalisten) in Indonesië.)

De Nederlandse vlag, nationalisme en trots, het zijn nog steeds begrippen met een lage aaibaarheidsfactor, omdat je je er snel aan kunt prikken.

Maar betekenissen veranderen.

Ik steek de vlag uit omdat het uitdrukt dat een overwinning op zo’n virus mogelijk is, en dat we dan weer vrij zijn en normaal kunnen doen. Strijd is soms niet tevergeefs.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden