Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

De vraag die de McDonald’s-medewerker verwarde

PlusNico Dijkshoorn

Ik was even vergeten hoe makkelijk het is om wildvreemde mensen gelukkig te maken. Ik noem het methode-Jos. De instructie: vraag ze iets. Niet over jezelf kwekken, dat je dit en dat hebt gedaan en dat iedereen toen weer stond te applaudisseren van o, o Nico, wat heb je dat weer goed gedaan, waar haal je het vandaan en daarna meteen weer vertellen waar je het vandaan haalt, nee, vlak voor iemand gaan staan, bij voorkeur een onbekende en hem een hele simpele vraag stellen.

Ik leerde deze techniek van mijn vriend Jos. We waren dronken van drank en kregen honger. Pang, denkbeeldige tik op mijn achterhoofd. “Honger hebben ze in Afrika.” Ja, mam.

Maar goed. We hadden trek en liepen om half twaalf ’s avonds een McDonald’s binnen. Het was druk. Na tien minuten wachten zag ik voor het eerst methode-Jos. Hij stond voor de balie, liet een lange stilte vallen en vroeg toen aan de medewerker met het papieren mutsje: “Wat raadt u mij aan?”

Die vraag verwarde de McDonald’s-medewerker. Hij keek Jos doodsbang aan. Wat wilde die gek van hem? “Hoe bedoelt u?” vroeg hij.

Jos antwoordde: “Wat vindt u zelf het lekkerste gerecht op de kaart?”

Weer grote verwarring. De man zei: “Dit is McDonald’s.”

“Ja,” zei Jos. “En dit is Nico. We willen allebei graag weten wat u ons aanraadt.” Jos wees naar een afbeelding van de legendarische Big Mac. “Wat zit daar allemaal op? Dat hij groot is, dat zie ik, maar ik wil graag weten wat er op zit en of u hem zelf ook graag eet.”

Toen voltrok zich een wonder. Ik vreesde een vechtpartij, eeuwige verbanning uit het snackgebeuren en een verzoenend gesprek met de bedrijfsleider. Dat gebeurde allemaal niet. De medewerker begon aan een opsomming: “Augurkjes, vlees, saus..”

“Ho!” zei Jos. “Saus zegt u. Is dat lekkere saus?”

Lang verhaal kort. Een kwartier later zag ik Jos naast de hamburgerverkoper staan. Die liet hem de binnenkant van zijn portemonnee zien. Toen we weer buiten stonden, vroeg ik Jos was daar aan de hand was. “Hij liet me foto’s van zijn kinderen zien.”

In de jaren daarna heb ik Jos zien praten met vuilnismannen (“Hoe zwaar is zo’n zak nou”), wegwerkers (“Lichtgevende kleding, zit die lekker?”), bakkers (“Hoe krijg je die room nou in dat soesje?”) en wildvreemde voorbijgangers (“Wat voor type hond is dat?”).

Altijd weer viel me op hoe graag mensen wilden vertellen. Eindelijk eens iemand die voor ze ging staan en iets vroeg.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden