Gijs Groenteman.Beeld Artur Krynicki

De verbanning van de scooter heeft mijn humeur niet verbeterd

PlusGijs Groenteman

Maanden, nee, járenlang heb ik me erop verheugd dat brommers van de Amsterdamse fietspaden zouden worden verjaagd. Als het op fietspaden aankomt ben ik van de bezitterige soort. Een Amsterdammer is natuurlijk pas echt een Amsterdammer als hij fietst, zo kijk ik er in elk geval tegenaan, en als ik fiets wil ik mij de koning van het fietspad wanen.

Het was natuurlijk levens­gevaarlijk, al die scooters op het fietspad, maar het was vooral bloedirritant. Het verkeer is wat mij betreft een apenrots, alles draait om hiërarchie, het is een survival of the fittest, en de snelste is de beste. De diepe vernedering die ik voelde wanneer ik, al fietsend, ineens een lui ‘toet-toet’ achter me hoorde, waarna een jongen op een Vespa, zijn vriendinnetje al append achterop, langs mij bromde, is haast niet te beschrijven.

Natuurlijk, auto’s zijn óók ­sneller dan ik op mijn fiets, maar auto’s zijn een andere diersoort. Bovendien staan zij vaak vast in het verkeer, waardoor ik als fietser ook vaak mijn triomfen vierde. Daarom voelde ik mij door auto’s nooit vernederd.

Ik moet zeggen dat de verbanning van de scooter naar de rijbaan mijn humeur niet verbeterd heeft. Dat komt, om maar een wat te noemen, doordat men zich er niet aan houdt. Verbanning of niet, het fietspad is nog vol met scooters. En als er nu een langs mij rijdt op het fietspad, is dat dubbel irritant, want nu breken ze ook nog eens de wet! En ik sta machteloos, want er schijnt niet gehandhaafd te worden.

Nu ben ik nooit te beroerd om een medeweggebruiker flink uit te schelden als ik vind dat ik in mijn recht sta, maar bij een scooter moet ik razendsnel inschatten of ik ruzie durf te maken met de bestuurder in kwestie. Bij opgeschoten jongens met glimmende jassen hou ik me braaf in, bij meisjes met blond getoupeerd haar gil ik: “OP DE RIJBAAN, GRAAG!” Ja mensen, zo lafhartig ben ik dus.

In dezelfde periode dat de scooter van de rijbaan verdween, is, in mijn perceptie, de elektrische fiets aan een krankzinnige opmars begonnen. Ja, vroeger gebeurde het weleens dat ik door een bejaarde op een degelijk rijwiel voorbijgesneld werd. Verbijsterend en vernederend, maar het waren incidenten. Bovendien zag ik dan al snel die listige batterij onder de bagagedrager zitten, en wist ik dus dat er op een groteske manier vals werd gespeeld.

Tegenwoordig word ik van alle kanten voorbijgefietst: door bejaarden, door bakfietsmoeders, door zakenjongens op een Van Moof, door idioten op een elektrische step. Ik ben, op mijn degelijke fiets met twee zitjes, de schildpad van fietsend Amsterdam geworden. Ik bungel ergens onderaan de evolutionaire ladder, het lachertje op wielen. Ik voel mij gewoon niet meer thuis in mijn eigen stad, op mijn eigen fietspad.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column. Lees al zijn bijdragen in het archief.

Reageren? gijs@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden