Art Rooijakkers en zijn twee dochtertjes. Beeld Artur Krynicki

De tweeling ligt boven in bed, wat kan er misgaan?

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: worden mijn dochters gehackt?

Of ik last had van erectieproblemen? Die vraag van een vriend deed me even opkijken. Ik had hem zojuist een prachtaanbod voor viagra gemaild, zo bleek. Zonder dat ik het doorhad, was mijn Gmail gehackt. Het is alweer een paar jaar geleden en sindsdien speelt mijn leven zich meer en meer online af. 

Dat van mijn dochters zal dat nog veel meer doen. Dus is de logische vraag of gehackt worden een normaal onderdeel van het bestaan gaat zijn.

Ceo Dave Maasland van cybersecuritybedrijf Eset Nederland zegt direct me niet bang te willen maken. Meestal een slecht voorteken, zoals wanneer iemand ‘niet schrikken’ tegen je zegt. “Vroeger moest je een nerd zijn om te kunnen hacken, terwijl je daar nu kant-en-klaarpakketjes voor kunt downloaden. Cybercrime as a service, dat is een trend. Als je weet waar je moet zoeken, heb je zo een programmaatje waarmee je op iemands telefoon of pc mee kunt kijken.”

Ismael Ahmidout – zo’n man die de camera van zijn smartphone met een sticker heeft af­geplakt – is medeoprichter van Stichting Cyberschool, een mooi initiatief om kinderen online weerbaarder te maken. “Eigenlijk zoals in het verkeer, daar probeer je ook alles te doen om ongelukken te voorkomen.” 

Dat dat niet overbodig is, blijkt uit de Cybersecuritymonitor 2018 van het CBS. Een op de negen Nederlanders was in 2017 slachtoffer van cyberdelicten als identiteitsfraude, hacken of cyberpesten. En juist jongeren zijn het vaakst slachtoffer van online pestgedrag. 

Ahmidout noemt de 14-jarige Onur, die in 2017 van een flat sprong nadat een naaktfoto van hem op Instagram was geplaatst. ‘Ik ga doei. Sorry voor alles. Ik doe internet uit dus je kan sturen wat je wil. Het heeft geen nut,’ was zijn laatste app.

Het is een rauwe werkelijkheid, eentje die ­verder gaat dan hacken. Hulpverleners maken zich zorgen over de steeds jongere slachtoffers van loverboys en stellen dat dat komt doordat door smartphones en apps veel mogelijkheden zijn gekomen om jonge meiden onder druk te zetten. 

Ahmidout: “Kinderen hebben het ge­voel dat wat ze online doen geen consequenties heeft. Daar moet je het gesprek over aangaan. Loverboys kwamen vroeger op het schoolplein, nu doen ze het online. De gevaren uit de fysieke wereld verplaatsen zich naar de minder doorzichtige online wereld. Terwijl jij denkt: mijn dochters liggen boven in hun slaapkamer, wat kan er misgaan?”

Misschien helpt het dat mijn dochters op­groeien in een wereld waarin online net zo belangrijk is als offline en niet, zoals hun vader, in het stenen tijdperk, toen swipen nog uitgevonden moest worden? 

Integendeel, zegt Dave Maasland. 

“Ouderen zijn meer paranoïde, die kennen George Orwell, vragen zich af wat an­deren met hun data moeten, terwijl kinderen denken: wat kan mij gebeuren? Als je met Snapchat of WhatsApp een sexy selfie verzendt, stuur je die niet alleen naar je vriendje, maar ook naar een Amerikaans bedrijf. Daar denken jongeren niet over na.”

Hij wil verdergaan met zijn onheilspellende betoog, maar dan komt een van mijn dochters binnen. Ze wil een taaitaaipop. Gelukkig maar.

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden