Paul Brill en Max Pam.Beeld Artur Krynicki

De toespraak van Rutte had een typisch Nederlands manco

PlusPaul Brill en Max Pam

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de toespraak van de minister-president.

Verbaal blusschuim

Premier Mark Rutte heeft alom lof geoogst voor zijn tv-toespraak van afgelopen maandag. Althans in eerste instantie, want in de loop van de week ontstond toch twijfel over de haalbaarheid van de gecontroleerde groepsimmuniteit, die in zijn scenario een centrale plaats leek in te nemen. Niettemin: op zichzelf was de rede goed ge­componeerd en helder. Rutte sprak de tekst met overtuigingskracht en zonder pijnlijke haperingen uit.

De toespraak had evenwel een typisch Nederlands manco: er ontbrak een gevleugeld woord dat zijn weg naar het collectieve geheugen zal vinden. Zoals de beroemde zinsnede waarmee Winston Churchill in mei 1940 zijn premierschap inluidde, toen hij aan het Lagerhuis zijn ‘bloed, gezwoeg, tranen en zweet’ beloofde om Groot-Brittannië te behoeden voor Duitse onderwerping.

Ik weet het: het virusgevaar is van een andere orde dan de nazi-opmars tachtig jaar geleden. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik me ook geen pakkende frase kan herinneren uit de rede die nu geldt als ijkpunt voor Ruttes optreden: de tv-toespraak van premier Joop den Uyl in 1973, waarin hij bekendmaakte dat benzine op de bon zou gaan vanwege de oliecrisis. Ik heb nog even teruggekeken en de pregnantste zin luidde: “De wereld van vóór de oliecrisis zal niet terugkeren.”

Afgezien van het feit dat deze voorspelling onjuist is gebleken, had ze niet bepaald de allure van een moreel appèl, zoals de vermaarde oproep die John Kennedy deed in zijn inauguratierede: “Vraag niet wat het land voor jou kan doen, maar vraag wat jij kunt doen voor het land.” Op dit punt betrachtte Rutte eenzelfde soberheid als Den Uyl. ‘Samen komen we deze moeilijke periode te boven’, was de niet zo vlammende boodschap.

Het curieuze is: als (ex-)domineesland heeft Nederland bepaald geen gebrek aan stichtelijke impulsen. Door de eeuwen heen zijn vanaf de kansel talloze donderpreken gehouden en vrome teksten uitgesproken. Maar om een of andere reden – misschien is het onze kleinere horizon, misschien is het de doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoegmentaliteit – heeft de retorica in Nederland nooit zo’n hoge vlucht genomen als in met name de Angelsaksische wereld.

Daar geldt waarlijk de macht van het gesproken woord. Van links tot rechts. Denk aan de zinderende rede waarmee de tot dan toe onbekende Barack Obama zijn naam vestigde op de Democratische conventie van 2004. En aan Ronald Reagans gepassioneerde ode aan de vrijheid tijdens zijn bezoek aan Moskou in 1988. Een wereld van verschil met het verbale blusschuim waarin Nederlandse politici excelleren. Oud-brandweercommandant Jan Peter Balkenende:

“Zo gaan we niet met elkaar om in dit land.”

Paul Brill

Twijfel en testen

In zijn ‘Coronatoespraak’ deed minister-president Mark Rutte iets bijzonders. Hij deed in eerste instantie geen beroep op emoties, wat politici gewoon zijn te doen, maar hij deed een beroep op de wetenschap. De wetenschap voorspelt ons een zware toekomst, maar de wetenschap zal ons ten slotte ook gaan redden. Het toegesproken volk geloofde de minister-president en hield zich in geheel Nederland aan de opdracht zoveel mogelijk thuis te blijven, de handen te wassen en kwetsbare ouderen te mijden.

Daarmee was de zaak, wetenschappelijk bezien, natuurlijk niet afgedaan. In de Tweede Kamer bleef de vraag hangen of een volledige lockdown niet noodzakelijk is. Ook bleef er ­twijfel over de effectiviteit van wat ‘groeps­immuniteit’ is gaan heten – wat mij betreft nu al het woord van het jaar.

In Op1 zei viroloog Jaap Goudsmit dat wij meer en vooral ook anders moeten gaan testen. Er moet een test komen waarmee wij degenen ­kunnen detecteren die het virus doorgeven. Daarmee zou tevens de vraag kunnen worden beantwoord waarom kinderen – anders dan bij de mazelen – juist minder ontvankelijk zijn voor het virus. In Singapore, Hongkong en op Taiwan heeft men zo’n test al. Vooral op Taiwan had men vroeg in de gaten wat er aan de hand was, vandaar dat het eiland relatief weinig besmettingen telt. Goudsmit nam direct de gelegenheid te baat om minister Wiebes van Economische Zaken aan te spreken, die tegenover hem zat. In Nederland bezitten we veel expertise om virologisch onderzoek te doen, dus als de overheid met ­miljarden staat te zwaaien om het bedrijfsleven te ondersteunen, waarom dan geen 25 miljoen uittrekken om ook hier zo’n test te ontwikkelen?

Wiebes hoorde het aan en keek er wat zuinig bij. Jammer.

Overigens geldt de waarschuwing dat men de optimistische berichten uit China over het onder controle krijgen van het virus met enige scepsis moet bezien. Niets in China is erger dan gezichtsverlies en doorgaans worden blunders en tegenslagen daar met de mantel der propaganda bedekt. Het bezoek van Chinese president Xi Jinping aan Wuhan, de stad waar de uitbraak begon, was volledig geënsceneerd. “De overwinning is nabij,” zei Xi, maar dat zou hem wel eens lelijk kunnen tegenvallen. Negatieve reacties vanuit de bevolking van Wuhan moesten in alle haast worden gecensureerd. Een speech, zoals van Rutte, kon Xi niet houden, want hij droeg ­tijdens zijn bezoek een mondkapje.

De televisietoespraak van Rutte werd vergeleken met die van Den Uyl over de oliecrisis van 1973. Den Uyl zelf vond zijn toespraak op Tweede Paasdag 1978 veel belangrijker. Die ging over de ongelijke verdeling van macht.

Max Pam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden