Patrick MeershoekBeeld Artur Krynicki

De toeristentaks doet al vijftig jaar pijn

PlusPatrick Meershoek

Door de eeuwen heen heeft de stad Amsterdam belasting geheven op zo’n beetje alles wat los en vast zit. Op de invoer van water, bier en wijn, maar ook op het bezit van spelkaarten, paarden, schoorstenen en dienstmeisjes.

De molenaars in de stad betaalden vroeger zelfs voor het gebruik van de wind die de wieken in beweging zette. De zon ging voor niets op, maar aan de wind hing een prijskaartje.

Niet zo verwonderlijk dus dat het stadsbestuur op een zeker moment ook het oog op de bezoekers van buiten liet vallen. Dat gebeurde begin jaren zeventig, toen de gemeenteraad op voorstel van wethouder Wim Polak instemde met een toeristentaks van 4 procent. Amsterdam trok toen jaarlijks een miljoen toeristen, een aantal waar we tegenwoordig de schouders over ophalen.

Amsterdam was de eerste stad in het land met een dergelijke heffing, en de maatregel kreeg veel kritiek. De horeca voorzag een ‘dodelijke slag’ voor het toerisme in de hoofdstad en sloeg alarm in het vakblad. ‘Over de situatie van broze voorspoed trekt nu een inktzwarte wolk, een creatie van regenmaker Polak.’ Het was discriminatie dat de toeristen moesten dokken, en de hippies in het park niet.

Een halve eeuw later kunnen we vaststellen dat het toerisme de invoering van de heffing heeft overleefd. De teller staat momenteel op 10 miljoen bezoekers per jaar en dat aantal zal de komende tien jaar mogelijk verdubbelen.

De toeristen spenderen hier jaarlijks een kleine 4 miljard euro. Daarvan komt het meeste terecht bij de horeca en andere vormen van toeristische dag­besteding.

Dat is een enorme smak geld, maar het weerhoudt de bedrijfstak er niet van, net als vijftig jaar geleden, ach en wee te roepen over een nieuwe verhoging van de toeristenbelasting. De ­heffing zelf blijft staan op 7 procent, maar daar bovenop vraagt de stad nu 3 euro voor elke overnachting in een hotel en 1 euro voor elke overnachting op de camping.

De opbrengst zal worden gebruikt om de negatieve gevolgen van het massatoerisme op te vangen: het opruimen van de rommel, het betalen van extra handhavers op straat, het ver­beteren van de infrastructuur om de drukte in goede banen te leiden. Het zijn maatregelen waar ook de sector van profiteert: hoe kleiner de overlast, hoe groter het draagvlak voor het toerisme in de stad.

De toerist betaalt iets meer, maar ligt daar waarschijnlijk niet wakker van. Als wij hier op een terras 6 euro voor een kop koffie moeten betalen, gaan we grinnikend een deurtje verder. Een toerist zit anders in elkaar. Die denkt: goh, 6 euro, dat moet wel heel lekkere koffie zijn. Die instelling maakt hem over de hele wereld tot een graag geziene gast.

De toerist is een kip die er naar uitkijkt om te worden geplukt. En de stad mag best een paar veertjes opeisen.

Reageren? patrick@parool.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden