Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

De toekomstige burgemeester (15) nam de auto van zijn ouders

Plus Femke van der Laan

Er was eens een jongen van vijftien. Een jongen van vijftien die op een avond de autosleutels van zijn vader pakte. Het was zomer, zijn ouders waren niet thuis en hij ging een stukje rijden. Met twee vriendjes. Zonder doel. En zonder er al te veel over na te denken: de sleutels lagen er, de auto stond er. Dat was het wel zo’n beetje.

Ik heb later wel gevraagd wat hij dan dacht, toen hij die sleutels pakte. Wat dacht je dan? Hij wist het niet. Zijn herinneringen waren pas opgeslagen vanaf het moment dat de politie het beeld binnenreed.

Tot die tijd was er niets aan de hand geweest. De zon was al een tijdje onder, ze waren het dorp uitgereden en in hun vijftienjarige ogen was het volkomen veilig wat ze deden. Gewoon een beetje lol maken. Drie jongens in een auto. 

Stoer. Vrij. Volwassen.

Ze zagen alle drie de politieauto die in tegenovergestelde richting op hen af reed. Er werd gevloekt. Er werd nog harder gevloekt toen de politieauto omdraaide en achter ze aankwam. De vijftienjarige achter het stuur aarzelde geen moment: hij dimde de koplampen van de auto en gaf gas. Hij moest maken dat hij wegkwam.

Het vriendje op de achterbank begon te gillen. Hij wilde eruit, de auto moest stoppen. De jonge bestuurder luisterde niet. Hij kon niet stoppen. Het was de auto van zijn vader. Hij had de sleutels gepakt. Hij was degene die op zijn falie zou krijgen. Dus reed hij door. Hij scheurde over de weg, nam bochten in een te hoge versnelling en keek om de twee seconden in zijn binnenspiegel om te zien of de politieagenten nog achter ze zaten. Dat zaten ze.

De jongen dacht aan zijn ouders. Dat ze boos op hem zouden worden was tot daaraan toe. Wat hij erger vond, was dat zij er op aan zouden worden gekeken. Zijn vader was de dorpsdokter, een voorbeeld voor velen.

Iemand om tegen op te kijken. Dat ze onder een vergrootglas lagen, wist de vijftienjarige maar al te goed. Hij hoefde maar aan zijn moeder te denken die de boodschappen altijd netjes verdeelde over alle aanwezige bakkers en groenteboeren in het dorp. Ze moesten er voor iedereen zijn. Altijd. Hij kon deze mensen niet een gearresteerde zoon aandoen. Die gedachte alleen al zorgde ervoor dat hij het gaspedaal nog verder indrukte.

Het lukte hem om weg te komen. Hij had geluk.

Later zou hij zijn ontsnapping toeschrijven aan zijn goede rijvaardigheid. Later werd dit een goed verhaal. Later zou hij het allemaal relativeren als iets wat vijftienjarigen doen als ze niet nadenken.

Nog weer later werd hij burgemeester.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden