Gijs groenteman. Beeld Artur Krynicki

De tijd van gemoedelijk drugsgebruik is defi­nitief voorbij

Plus Gijs Groenteman

Als ik dit schrijf, is het zo’n veertig uur geleden dat Derk Wiersum werd vermoord. 

Vóór dat moment had ik, het zal u niet verbazen, nog nooit van hem gehoord. Maar zo gaat dat met schokkende nieuwsgebeurtenissen: eerst sta je onwetend
 een boterham te smeren, een tel ­later ben je totaal geobsedeerd door een dode man in een wit tentje. Sinds het radiobulletin over de moord zit Derk Wiersum in mijn hoofd.

Hij is niet vermoord omdat hij Derk Wiersum was, maar omdat hij een rol in een proces vervulde. Hij was een symbool, en daarom vermoord. Maar goed, ik ben een mens met menselijke trekjes, en dramatisch voyeurisme is mij bepaald niet vreemd. Dus het eerste wat ik deed was: Derk Wiersum googelen. Wie was hij?

De zwart-witfoto die op zijn website stond waarop hij toegewijd en ernstig de camera in kijkt, dook onmiddellijk op. De foto, die nog ontelbaar vaak op tv kwam, net zoals het promotiefilmpje van zijn website waarop hij, bepaald niet gelikt, vertelde waar hij zoal voor stond als advocaat.

Hoe was zijn laatste ochtend geweest? Ik stelde me zijn ochtendritueel voor, dat had vast op het mijne geleken: boterhammetjes smeren, tanden van kinderen poetsen, wachten tot de douche vrij is, wanhopig op zoek naar een overhemd waar geen opzichtige vlek op zit. Maar toen hij eenmaal de deur uit was, werd hij neergeknald door iemand van tussen de zestien en de twintig met een hoodie.

Een bangerik kan hij niet geweest zijn, anders had hij Nabil B. niet verdedigd. Vroeger vroegen we aan elkaar bij wie we zouden durven onderduiken, die vraag kunnen we vervangen: door wie zou je je laten verdedigen als je kroongetuige bent.

‘Hoe moet een gemoedelijke rechtsstaat zich tegen dit soort geweld weren?’ schreef Paul Vugts. Een fantastische zin, want ‘gemoedelijke rechtsstaat’ omschrijft het probleem. Willem Holleeder, het monster dat we maandenlang ademloos hebben gevolgd, is meteen gedegradeerd tot een klasse lager in de verschrikkelijkheidsdivisie.

Anderhalve week geleden sprak ik Jan Tromp, medeauteur van het rapport over Amsterdam als narcostaat. Daarin wordt een helder beeld geschetst van het milieu waarin ook deze moord beraamd is.

Eén ding wordt daaruit geheel duidelijk, de war on drugs is totaal contraproductief geweest. Dankzij alle moraalridders die zich zo fel tegen drugsgebruik hebben verzet, terwijl ze zelf ’s middag aan de jenever beginnen, zit onze gemoedelijke rechtsstaat nu met een stel gevaar­lijke, steenrijke en moordlustige psychopaten opgezadeld.

En nu? Drugs legaliseren? Tromp vroeg zich af of dat nog zou werken. De drugshandel is een goedlopende, nietsontziende en gehaaide miljardenindustrie, die laat zich niet zo makkelijk wegduwen als de staat met keurig gedoseerde xtc-pilletjes-met-bijsluiters komt. De tijd van gemoedelijk drugsgebruik is defi­nitief voorbij.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column. Lees al zijn bijdragen in het archief.

Reageren? gijs@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden