Norbert ter HallBeeld Agata Nowicka

De tijd is aangebroken om de kunsten te verdedigen

PlusNorbert ter Hall

Ten aanval! Naar aanleiding van mijn vorige column kreeg ik veel reacties. Ik schreef hoe het in deze crisis opnieuw duidelijk wordt dat onder leiding van VVD-premier Mark Rutte alles wat kunst en cultuur is, wordt gemarginaliseerd. Met opzet, want kunst en cultuur vormen in al hun diversiteit een bedreiging voor onverdraagzame zwart-witdenkers.

Tommy Wieringa beschreef de zaterdag erna in NRC hoe een bevriende kunstenaar als een paria werd ontweken tijdens een werkbezoek aan het Binnenhof. Geen politicus wilde, uit angst als kunstliefhebber betrapt te worden, in zijn gezelschap gezien worden.

Inmiddels heeft de aanval zich uitgebreid op provinciaal niveau. In Noord-Brabant werd door het nieuwe collegebestuur, alweer onder aanvoering van de VVD, geprobeerd de portefeuille kunst en cultuur simpelweg te schrappen.

De nieuwe beeldenstorm is een voldongen feit.

Musea, theaters, bibliotheken, kunstonderwijs, filmhuizen, orkesten, toneelgezelschappen en elke andere vorm van kunst en cultuur worden in hun mogelijk­heden en voortbestaan bedreigd. Kunstenaars worden belachelijk gemaakt en als subsidieslurpers weggezet. Opzettelijk wordt verzwegen dat niet de makers, maar wij, het publiek, gesubsidieerd worden. Hierdoor hoeven we simpelweg niet de kostprijs van al dat waardevols te betalen. Net zoals we dat niet doen voor bijvoorbeeld onderwijs, medisch zorg, veiligheid en, ik noem het nog maar even, vliegtickets.

De tijd is aangebroken om te verdedigen wat ons lief is. Van nature zijn we bereid samen te werken en vanzelfsprekend creatief in het vinden van oplossingen, maar dat is nu een gepasseerd station. We moeten de strijd aan met de eenvormig- en eentonigheid van de zwart-witdenkers.

Wie gelooft in de waarde van kunst en cultuur moet nu met tomeloze zendingsdrang dat geloof uitdragen. Als eenieder van ons twee zieltjes wint, gaat de sneeuwbal vanzelf rollen. Creativiteit is ons sterkste wapen. We hebben, hoe symbolisch, nog zo’n negen maanden tot de verkiezingen. En let op: trap niet in de val van de eenvormige zwart-witdenkers. We hoeven niet te ­spreken met één stem, één boodschap, één leider. Ons antwoord is een mozaïek van oneindig veel geluiden, beelden en ideeën. Wat dat betreft kunnen we ons laten inspireren door de acties van zes jongens die in 1965 de harde kern van de provobeweging vormden. Hun beginselverklaring begon met de woorden:

‘Provo ziet zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang.’

Hun ludieke en utopische acties en ideeën hebben Nederland uiteindelijk meer veranderd dan welke naoorlogse actiegroep ook.

Doe iets! 

Reageren? n.terhall@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden