Column

De tiener maakt testikels van de brillenglazen van Jan Roos

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Een tiener balanceert op een keukentrapje. Met een dikke viltstift krabbelt hij obsceniteiten op de grote houten plaat waar alle verkiezingsposters op hangen. Dit is zijn vorm van protest. Hij is misschien nog te jong om te stemmen, maar de jongen is oud genoeg om zich zorgen te maken.

Ik kijk naar hem vanaf een bankje en kan zijn stift nog net horen piepen. De man van de ChristenUnie krijgt een krulsnor en de jongen maakt nuniet van unie. Dan tekent hij een fez op het hoofd van Wilders.

Hij stapt van het trapje af en kijkt van een afstandje naar de immense verkiezingscollage. De jongen is niet de meest milieubewuste tiener van de buurt, maar dit riekt naar zijn mening naar papierverspilling. Al die arme bomen. De ene dag sta je in het bos en de andere dag drukt iemand een nepglimlachende Buma op je af.

Iedereen op de houten plaat lacht nep. Ze lachen zoals papa lacht als mama zegt dat ze zo blij is dat ze na de scheiding zulke goede vrienden zijn gebleven. Papa wil helemaal geen goede vrienden zijn.

Elke keer als mama hem 'maatje' noemt, wil hij vier levende piranha's doorslikken zodat de vissen hem van binnenuit kunnen opeten. Vergeet lachen als een boer met kiespijn, de meeste politici lachen als een papa die alles wil, maar enkel vriendschap krijgt.

De jongen kijkt naar al de teksten die op de posters staan. Samen vooruit. Nederland weer van ons. Pak de macht. Stem voor verandering. Stem voor het leven. Hou vast aan je idealen.

Sinds wanneer zijn posters zo fucking veeleisend? denkt hij, terwijl hij de dop van zijn stift draait. Stem voor verandering, stem voor het leven en hou vast aan je idealen. Als je alle zinnen achter elkaar zet, ontstaat er een songtekst van een boyband die niet meer ­bestaat.

De jongen is boos. Hij begrijpt niet waarom hij niet mag stemmen. Oké, hij is nog maar een kind, maar niemand heeft een beter wereldbeeld dan een kind, niemand heeft een betere mensenkennis dan een kind en niemand begrijpt beter dat posters verschrikkelijk passé zijn dan een kind.

In de zomer, als hij met zijn vrienden aan zee ligt, vliegen er altijd van die reclamevliegtuigjes over het strand. Die dingen begrijpt hij net zo min als posters. We hebben zonnebrand en zand in de ogen en we kijken tegen de zon in, dus waarom dit vliegtuigje? En hoe lullig moet de piloot zich voelen? Dan haal je je brevet en dan ben je gewoon een onleesbare vliegende button.

De tiener staat weer op het keukentrapje. Hij kijkt naar de poster van VNL, krabt op zijn hoofd en maakt niet veel later testikels van de brillenglazen van Jan Roos. Het zijn indrukwekkende ballen. Levensecht. De ene bal is groter dan de andere. Deze jongen is een vakman.

Hij stapt weer van zijn trapje af, loopt naar mijn bankje en steekt zijn rechterhand uit. ­"Meneer, heb ik nu genoeg getekend?"

Ik zeg ja en geef hem de twintig euro die ik hem had beloofd.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden