Column

De stotteraar is altijd een veilig doelwit van spot

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

'Ze bedenken een wisseltruc waarbij ze Brigitte van rol laten wisselen met Herman, de onooglijke en stotterende auteur van een literair meesterwerk. Met Herman - hoe goed zijn boek ook is - weten de broers dat ze bij de media niet hoeven aan te komen."

Dit zijn een paar zinnen uit de synopsis van een Nederlandse bioscoopfilm die ongetwijfeld grandioos veel bezoekers gaat trekken, maar toen ik deze zinnen las, werd ik zo boos dat ik een gat in de walk-in-closet-deur van mijn vrouw heb geslagen.

Ik ben namelijk een stotterende auteur. Ik stotter sinds mijn derde en ik schrijf sinds mijn twaalfde. Het enige doel in mijn leven is dat ik ooit net zo goed zal schrijven als dat ik stotter.

Het leed van de stotteraar is onzichtbaar leed. Geruisloos leed. Er zijn geen actiegroepen. Er komen geen honderden mensen bijeen op de Dam om op te komen voor de rechten van de stotteraar. Een stotteraar is niet knuffelbaar. We zijn geen pandaberen. We zijn niet makkelijk verkoopbaar.

Hoe briljant het boek van Herman ook is, het blijft onverkoopbaar omdat hij stottert. En dat is dan het verhaal van een lachfilm. Een man probeert zijn handicap aan diggelen te schrijven, een man schrijft een meesterwerk, maar een man krijgt geen kans, omdat de uitgeverijen en de media zijn aan diggelen geschreven handicap weer in elkaar lijmen. Je mag klaarblijkelijk nooit groter worden dan de handicap die je hebt.

Ik heb gestotterd in DWDD en ik heb gestotterd bij Paul de Leeuw. Op boekenbeurzen en op uitmarkten. Ik stotterde mezelf overal en nergens volledig de grond in. En elke keer dat ik de studio of het podium afliep, wilde ik stoppen met schrijven.

De dingen die ik schreef, de teksten die ik creëerde, voelden zo veel kleiner aan dan de ongemakkelijkheid die ik creëerde. Ik wilde lof voor de zinnen die ik schreef, maar ik kreeg enkel schouderklopjes die als mokerslagen aanvoelden.

"Ik vind het zo moedig van je."

"Wat? Dat ik een boek heb geschreven?"

"Nee, dat je op tv durft te komen."

Op de een of andere manier is de stotteraar altijd een makkelijk en veilig doelwit van spot gebleven. We zijn wat dat betreft de laatste der Mohikanen. Ons kun je nog straffeloos door de modder halen, omdat we toch wel de confrontatie zullen mijden.

We hebben ook geen helden of voorbeelden die ons een gevoel van trots of strijdvaardigheid zouden kunnen geven. We zijn niet eng genoeg. We zijn mieren die je plat kunt trappen. En zodoende is de stotteraar de Belgenmop geworden.

De tweede keer dat ik bij DWDD mocht komen, moest ik drie gedichtjes voorlezen. Ik was zenuwachtig. Mijn moeder sms'te mij dat ze buikpijn had. Maar ik moest dit doen. Ik wilde voor even groter dan mijn handicap zijn.

De muziek begon. Ik liep naar het podium en luisterde naar de aankondiging van Matthijs van Nieuwkerk. Hij sprak zo'n veertig woorden, maar er sprong er eentje uit. Stotteraar.

"Hier moet iemand een lachfilm over maken," dacht ik de volgende dag met de gordijnen dicht en een dekentje over mijn hoofd.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden