Plus Column

De stadsnomaden zijn welkom, maar echt welkom zijn ze niet

Patrick Meershoek. Beeld Maarten Steenvoort

Het is maar een klein piepertje op het volle bord aardappelen van het stadsbestuur, maar wel een die maar niet wil afkoelen: de terugkerende zoektocht naar een geschikt terrein voor de kleine groep stadsnomaden die al tientallen jaren in wisselende samenstelling in de stad verblijft.

In de jaren negentig heeft de gemeenteraad al eens uitgesproken dat er in Amsterdam ruimte moet zijn voor mensen die letterlijk willen leven in de marge van de samenleving. De stadsnomaden kijken 's avonds liever naar een vuurtje in een oude oliedrum dan naar een talkshow op televisie, en ook in andere opzichten gaan ze graag hun eigen, stadsnomadische gang.

In de prehistorie was dat de ­gewoonste zaak van de wereld, maar in onze tijd zijn er allerlei wetten en regels die zo'n vrij ­leventje in de weg staan. De ­makers van de Kampeerwet, de Bouwverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening, om er een paar te noemen, hadden weinig op met de lifestyle van de stadsnomaden.

Ook het stadsbestuur heeft met de stadsnomaden een dubbelhartige verhouding. Ze zijn welkom, maar echt welkom zijn ze niet. Dat leidde onder het burgemeesterschap van Eberhard van der Laan tot een draaiboek stadsnomaden, met als uitgangspunt dat de groep elke twee jaar naar een nieuwe plek moest verkassen om een al te grote verbondenheid met de tijdelijk toegewezen kavel te verhinderen. Keep them rolling, heette dat binnenskamers.

Het was aan de stadsdeelvoorzitters om in onderling overleg te bepalen waar de stadsnomaden zouden neerstrijken. Dat resul­teerde van meet af aan in de moeizame gesprekken die we ook kennen van de jaarlijks terugkerende vraag: wat doen we met oma met de kerst? Alle kinderen vinden dat oma recht heeft op een diner met kaarslicht en kalkoen, maar not under my christmas tree.

Zo werden de stadsnomaden om de twee jaar heen en weer geschoven, met name tussen de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost, waar nu eenmaal de meeste vrije ruimte te vinden is. De ene keer stonden ze daar achter prikkeldraad, de andere keer achter een aarden wal zoals je die ook wel ziet rond depots met verontreinigde grond.

Het zegt veel over de statuur van Van der Laan dat de stadsdeelvoorzitters pas na zijn overlijden durfden te laten weten dat ze er onderling niet meer uitkwamen, en het besluit terugschoven naar de Stopera. Nu is het aan Femke Halsema om een geschikte plek te vinden voor de groep. Dat is lastig genoeg, want op de rafelranden van de stad wemelt het tegenwoordig ook van de projectontwikkelaars en festivalorganisatoren.

Halsema heeft aangegeven dat er een einde moet komen aan de mallemolen van de tweejaarlijkse verhuizing. Zij wil een vaste stek voor de stadsnomaden. Als dat lukt, zal dat wapenfeit met applaus worden begroet. Door alle stadsnomaden en bijna alle stadsdeelvoorzitters, maar ook door de beschaving die er ook wil zijn voor de mensen die niets met haar te maken willen hebben.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden