Thomas Acda Beeld Artur Krynick

De stad flirt met iedereen die het ziet

Plus Thomas Acda

Het is pas half negen in de ochtend en ik wandel naar mijn werk. Niet ­alleen omdat het werkelijk Barcelona-achtig prachtig weer dreigt te worden, ik moet wel. Daar waar ik vandaag werk, zijn een kleine dertien miljoen ­studenten neergestreken en om een of ­andere reden mogen die juist deze dinsdag hun fiets niet parkeren rondom de universiteit aan de Roetersstraat.

De stad flirt met iedereen die het ziet. Schitterende zonnestralen dansen door het water waarmee de bruggen worden ­gekoeld en laten af en toe een fietser, een wandelaar met hond, een auto door. Op de Zeedijk, waar een stadsschoonmaker ­geduldig luistert naar een Chinese dame in een rolstoel, die ondanks haar vloeiend Mandarijn ons allen zeer duidelijk weet te maken waar het nu beter moet worden schoongemaakt dan voorheen. Ja ja, knikt de voor de waterwagen lopende in oranje ­geklede spuiter. “Ga nou maar,” mompelt hij, terwijl hij met zijn ogen bij mij om ­sympathie bedelt.

Ik ruik brood. De geur van vers brood! Nog lekkerder dan die van versgemaaid gras. De geur van warme, krokant krakende korst. Ik kan niet verder. Als een zojuist gelande alien hoor ik in mijn hoofd: ‘Moet brood! Take me to your croissant!’

Een knap meisje wenst mij vrolijk goedemorgen. We komen tot een deal over zes gewone en zes kaascroissants. “Wil je koffie?” vraagt ze. ‘Wil je trouwen?’ denk ik ­terug en ik dank haar, maar mijn collega’s wachten. Ik moet naar Crea, daar bij die nieuwe studenten, en lezen, hardop. Mijn beroep is soms zo makkelijk. Ik ga het nog leuker maken door nu croissants mee te nemen.

Ik wandel langs de Hortus, ik dans langs Artis en nader de universiteit. Als bijen draaien ze, zwermen die kinderen. Jonge mensen aan het begin van een geweldig avontuur. Een nieuwe studie in een nieuwe stad. De hoop spat door de straten, over het water, langs de kade. Al die jonge mensen gaan de wereld aan, zetten hun eerste stappen, kijken nieuwsgierig naar elkaar, naar het leven. Ach kabinet, leen je er tien miljard bij? Zorg dat dit de advertentie van onze stad wordt. Leen wat meer en ik beloof je: je krijgt het dubbel en dwars terug. Kijk dan!

Ik zie een collega. Hij vraagt of ik ook ­koffie wil.

“Je zou er bijna weer van gaan studeren, hè?” zegt mijn vriend, terwijl hij mij mijn koffie aangeeft.

“Croissant?” vraag ik.

“Dacht dat jij geen brood meer mocht?”

“Vandaag wel. Vandaag mag denk ik ­alles.”

En het is pas negen uur.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden