Lezersbrief

‘De Staalmeesters kijken je niet aan’

Paroollezer Leo Douw ontdekte een foutje in het Rijksmuseum. ‘Hebben wij er vandaag de dag behoefte aan om schilderijen te worden ingezogen, en om door de geportretteerden aangekeken te worden, zodat wij deel van het gebeuren uit gaan maken?’

Het schilderij De Staalmeesters van Rembrandt in het Rijksmuseum. Beeld ANP

Is het denkbaar dat het Rijksmuseum fouten maakt bij het beschrijven van Rembrandts schilderijen?

Ik vroeg me dat ineens af, eind vorig jaar, toen ik even neerzeeg in de Eregalerij om uit te rusten, en op het bankje voor De Staalmeesters belandde.

Ik wist dat staalmeesters een soort inspecteurs waren met een belangrijke positie in handel en industrie: het was hun taak het kostbare laken te keuren. Ik zag dat zij hun blik richtten op een object achter mij: ze keken over mijn schouders heen, ieder een iets andere kant op. Ik fantaseerde dat een groot staal laken achter mij buiten het schilderij hing; ze onderwierpen ieder voor zich een ander stukje aan een zorgvuldig onderzoek.

Op de tafel waar de staalmeesters aan zaten, lag een dik boek, waar een van hen kennelijk iets uit had opgelezen – een maat, een kleur, of een andere kwaliteit misschien – en nu keken hij en zijn collega’s kritisch of het staal aan de eisen voldeed.

Het leek me duidelijk: het vak van staalmeester door Rembrandt getroffen, precies op het moment dat er het meeste toe doet. Precies ook zoals de staalmeesters het zelf als opdrachtgevers moeten hebben gewild: hun deskundigheid en toewijding spatten van het doek!

Vriendelijke suppoost

Helder, dacht ik, maar voor de zekerheid keek ik nog even op het bordje naast het schilderij. Daar las ik tot mijn verbijstering: ‘De ogen van alle staalmeesters…. zijn op ons gericht. Een van hen is even uit zijn stoel omhooggekomen, alsof hij ons net heeft opgemerkt.’

Wat? Zat ik er zo ver naast? Ik keek nog eens, maar mij keken ze beslist niet aan! Het Rijks levert in zijn digitale galerij ook nog een verklaring voor hun blik: ‘Eén van de staalmeesters kijkt ons aan alsof hij wordt gestoord in belangrijk werk. Is hij verstoord of zijn we welkom?’

We worden het schilderij ingezogen, aldus het Rijks, en wel door ‘(…) de spanning die uitgaat van mannen die ons als beschouwer strak aankijken’. Nog verbazender: verschillende populaire specialisten, zoals Simon Schama, in zijn boek Rembrandt’s Eyes, en Jan Six in zijn tv-serie, bleken deze visie met het Rijks te delen.

Tot mijn spijt kon ik niemand vinden die hier al eens een probleem in had gezien. De vriendelijke suppoost die ik er in mijn verbijstering meteen naar vroeg, legde me uit dat Rembrandt naarmate hij ouder werd, de toeschouwer steeds meer zijn werk begon binnen te trekken. Ze nam niet de moeite om nog eens even na te gaan, welke kant de heren staalmeesters opkeken.

Ook een mailtje aan het Rijks, dezelfde avond, hielp me niet verder: het is nog steeds niet beantwoord.

De vrienden, collega’s en familie­leden die ik ernaar vroeg, waren het na een blik op hun smartphone meteen met me eens: we worden niet door de staalmeesters aangekeken. Een van hen had zijn smartphone daar niet voor nodig, maar hem vertrouw ik blindelings: zijn vader is lange tijd directeur van het Rijks geweest.

Trendgevoelig

Een foutje van het Rijks? Maar waarom deze fout? Tussen de talloze beschouwingen die de afgelopen eeuwen over De Staalmeesters geschreven zijn, vond ik de interpretatie van het Rijksmuseum niet terug. Zou het kunnen zijn, dat het Rijks te gretig tegemoet wil komen aan een speciale behoefte van het publiek van onze eigen tijd, samen met trendgevoelige kenners als Simon Schama en Jan Six? Hebben wij er vandaag de dag behoefte aan om schilderijen te worden ingezogen, en om door de geportretteerden aangekeken te worden, zodat wij deel van het gebeuren uit gaan maken? Wie weet.

Trouwens, ook mijn eigen fantasie heb ik niet in de literatuur kunnen ­terugvinden. Maar ik denk wel dat die beter past bij wat Rembrandt ­indertijd beoogde: het was zijn vak om zijn opdrachtgevers zo af te beelden, dat hun klanten en aandeelhouders van hun bekwaamheid en integriteit overtuigd raakten.

Daar is hij prima in geslaagd. Wat mij betreft dus terug naar Rembrandts ambachtelijkheid, en die van zijn opdrachtgevers!

Leo Douw, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden