Column

De Simon Carmiggeltbrug is een ode aan het menselijk tekort

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik sta op de Simon Carmiggeltbrug. Als tiener had ik een paar helden. Al mijn helden waren voetballers, ­behalve Wolkers en Carmiggelt. Van Wolkers was ik zo'n grote fan dat ik mezelf op een dag James Worthy ging noemen. Jan Wolkers. James Worthy.

JaWo. JaWo. De belangrijkste reden voor mijn naamsverandering was dat alle boeken die ik ooit zou schrijven in de toekomst en ver daarna naast de boeken van Wolkers in de bibliotheek zouden komen te staan.

Heel soms, maar echt heel soms, maar toch vaak ­genoeg om het hier op te schrijven, vind ik het jammer dat ik mezelf op die dag in 1995 geen James Carmthy heb genoemd.

Ik sta op de Simon Carmiggeltbrug. Het is geen brug die de ogen inpalmt. Het is net alsof een reus in de wolken zijn ruitenkrabber heeft laten vallen. En toch heeft het wel wat. Niemand schreef zo mooi over het menselijk tekort als Carmiggelt en de brug die naar hem vernoemd is, is een ode aan het menselijk tekort. Het is een liefdesbrief aan ons wonderschone onvermogen.

Naast de brug staat een bank. Er zit niemand op, ­behalve duivenpoep. Ik ga zitten en kijk naar de stad die zich aan de overkant van het water aan het uitsloven is. Een lange stadsbus staat stil bij een halte. Een mannetje rent voor de bus. De bus rijdt weg zonder het mannetje. Het mannetje stampt en slaat met een platte hand ­tegen de halte aan. De bussen worden steeds langer, maar de lontjes worden alleen maar korter.

Hoe vaker ik naar de Simon Carmiggeltbrug kijk, hoe mooier hij wordt. Hoe hij daar tussen de winderige kade en een dobberend restaurant in ligt. Het is de magerste brug van Amsterdam. Op deze brug is geen plaats voor dikdoenerij. Carmiggelt zelf schreef ooit: "Juist de onprijzenswaardige mensen stellen er prijs op uitvoerig geprezen te worden." Dus deze brug past precies.

Ook is de brug het beginpunt van een nieuwe wandelroute. De route der dwalers. Men begint op de Oosterdokskade en eindigt in het Eerste Weteringsplantsoen. Men gaat van bankje naar bankje. Van water naar water. Loop door de stad. Kronkel door de stegen en over de kades. Luister naar de schoonheid en zie de verhalen.

Een vrouw met uitgelopen mascara. Een zwerver op een bankje. Een rondvaartboot met beslagen ramen. Een moeder haastig fietsend, haar peuter cursief slapend in een fietsstoeltje. Zie de kerken die leger dan de kroegen zijn. Zie de vrouwen achter glas en de mannen die op het punt van barsten staan.

Hoor het gemopper en het gerinkel van een tram. Zie de gebroken mannen in hun eigen scherven dansen. Voel het onvermogen van de mens en de stad die iedereen probeert te troosten.

Ik sta op de Simon Carmiggeltbrug. Een kronkel over het water.

Ik sta op de Simon Carmiggeltbrug. Het begin van het dwaalspoor naar later.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Simon Carmiggeltbrug. Beeld Tammy van Nerum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden