Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

De sfeer in de stad heeft iets schizofreens

PlusJessica Kuitenbrouwer

De man in het neongele pak op het bruggetje heeft het opgegeven. Hij hoort mensen te instrueren afstand te houden, maar staat met kromme schouders tegen een paal geleund in het niets te staren. De eindeloze stroom is hem te veel geworden.

Twee straten verderop glippen Katie en ik door een sluitend dranghek. Het is nog niet eens vrijdagavond, maar nu al krioelen duizenden mensen door de smalle stegen – alsof ze de horrordrukte die voor dit weekend voorspeld was te slim af wilden zijn door op tijd te komen.

We slalommen over de Zeedijk. Op de Nieuwmarkt puilen de terrassen uit. We fietsen door en vinden een plekje in de luwte bij een café aan het water. Boot na boot vaart door de sluis. De vrolijke discomuziek van een bescheiden verjaardagsfeestje voor een Abraham, aangekleed met alle mogelijke thema-accessoires, wordt al snel overstemd door beukende clubhits van een antracietgrijze, afgeladen, designsloep. Onder de brug horen we gevaarlijk kraken. In de staart van de aangevaren dinerboot zien we nog net een paar drankjes omgaan en wat slappe patatten dansen.

Katie en ik kijken elkaar vol verbazing aan. We hadden ons wel degelijk voorbereid op een overdonderende sequel van vorig weekend, maar toch voldoet dit einde van de werkweek geenszins aan onze verwachtingen.

De sfeer in de stad heeft iets schizofreens. Uitgelaten pubers zitten om drank te bedelen buiten bij de avondslijterij en uitbundig zomerlachen stijgt op van de terrassen – een typische juli-avond in het centrum. Maar vanavond straalt het uitgaans­publiek een indringend soort urgentie uit, alsof dit de laatste kans is die ze ooit zullen hebben op banjeren in een onbezonnen roes. Tussen de vrijdagavondvierders vibreert de angst van geschrokken afstandsbewaarders.

Katie en ik verkassen naar mijn balkon. De sleutel is nog niet uit de voordeur of we horen aan de andere kant van de flat een moeilijk te plaatsen plonzen en een luid geschreeuw.

Aan het water zit een groepje Duitse jongens in afritsbroeken bier te drinken. En... te vissen! Hun lange sporthengels hangen lelijk in de weg in de druk bevaren gracht en een speedboot vol Oud-Zuidjongens is verstrikt geraakt in een van hun lijnen. Een felle ruzie snijdt door het zomerse drankgelag en doet de gespannen aerosol-ontwijkers op straat beven. “Rot op naar de camping, mongolen!” vliegt de kade op. Halflege bierblikjes vliegen terug.

Wij heffen die avond nog één keer het glas: op de geknakte man in het neongele pak, en het oude normaal, waar hij vast naar terug verlangt.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden