Column

De schopper schreeuwt dat ik niet de held moet gaan spelen

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik loop door een steeg. De geur van andermans urine laat mijn neus tintelen. Ik houd van steegjes, omdat je in een steeg alleen naar voren en naar boven kunt kijken.

De bakstenen zijn je oogkleppen. Er is niets anders dan dat wat voor je ligt en dat wat boven je zweeft. Ik kijk omhoog. De sterren hangen boven de Kalverstraat, alsof ze aan het wachten zijn tot de winkels weer opengaan.

Aan het einde van de steeg ga ik links richting de ­Heiligeweg. Ik pak mijn telefoon uit mijn zak om te ­kijken hoe laat het is. Het is 03:48. Snel stop ik mijn ­telefoon weer in mijn zak, omdat er in de nacht geen kalveren, maar wolven door de Kalverstraat lopen.

Het is 03:49. Iedereen die ook maar iets om morgen geeft, slaapt. De binnenstad is op dit moment van de mensen die niets te verliezen hebben. Ik vind het prachtig. Op dit uur is er helemaal niets heilig aan de Heiligeweg. Alle heiligen zijn weg. Hier lopen de vervloekten. In de verte ligt het Koningsplein, maar de troon is leeg.

Dan zie ik het. Voor het pand waar vroeger een boekenwinkel zat, maar tegenwoordig spijkerbroeken worden verkocht, schoppen vier jongens een andere jongen in elkaar. Ze trappen hard, alsof ze een tijdrit aan het rijden zijn. De jongen die op de grond ligt probeert van zijn armen een helm te maken.

Van een afstandje schreeuw ik dat ze moeten ophouden, maar ze houden niet op. Van iets dichterbij schreeuw ik hoe ongeëvenaard laf ze zijn. De schopper met de witste schoenen draait zich om en schreeuwt tegen me dat ik niet de held moet gaan spelen. Niet vannacht in ieder geval.

"Wat moet ik dan doen?," vraag ik.

"Gewoon doorlopen, want met helden loopt het slecht af. Weet je waar je helden altijd aan kunt herkennen?"

"Nee."

"Aan hun mooie graf," zegt de jongen.

Hij heeft wel een punt.

"Waarom schoppen jullie hem zo hard?" vraag ik.

"Zijn hart zit niet op de juiste plaats."

"En jullie zijn aan het proberen om zijn hart in de richting van de juiste plaats te trappen?"

"Zoiets ja," zegt hij.

"Er komt daar een politiebusje aan," zeg ik. De vier jongens rennen samen de gracht op; als dit een estafette was geweest, dan waren ze zonder enige twijfel gediskwalificeerd.

"Waar woon je?" vraag ik.
"In de Marnixstraat."
"Voor het zwembad of na het zwembad?"
"Voor het zwembad."
"Dan loop ik wel even met je mee."

Het is 04:07. Iedereen die ook maar iets om morgen geeft, slaapt nog steeds.

"Waarom trapten die gasten je in elkaar?" vraag ik als we voorbij de brandweerkazerne lopen.

"Ik ben verliefd op het verkeerde meisje."

Dat zijn we allemaal, denk ik. Dat zijn we allemaal, ­Romeo.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden