Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De schofterigheid en schurkerigheid van een Pepijntje en Baudet

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

En toch…

Stel dat ik een partij wil oprichten met mensen die maar twee woorden kennen. Het ene woord is ‘klootzak!’ en het andere is ‘teringhoer!’ (Het is een emancipatiepartij, trouwens. De leden willen meer gelijke rechten voor mensen die alleen maar de woorden klootzak een teringhoer kennen.) Omdat we elke dag worden uitgenodigd in het programma Ophef Op 1 (samen met een advocaat en de voorzitter van D66) worden we in de Tweede Kamer gekozen. Negen zetels.

Dan komt het begrotingsdebat.

De maidenspeech van onze fractievoorzitter luidt: “Klootzak! Teringhoer! Klootzak klootzak.

Teringhoer!”

Wat gaat de voorzitter van de Tweede Kamer dan doen?

Ons het spreken beletten? Dat zou wat zijn. Ons anderszins straffen? Is dat dan democratisch?

Een democratie moet een ruimte zijn waar je alles mag zeggen.

“Ik roep op ten oorlog te gaan, ik wil speciale pasjes voor mensen met een roetveeguiterlijk, ik eis een verbod op mooie vrouwen die alleen maar een verhouding willen hebben met mooie mannen.”

Moet allemaal mogen.

Antisemitisme? Moet mogen in die ruimte. ­Oproepen tot geweld? Idem dito. Anders gezegd: ook alles wat onbeschaafd is, mag in die ruimte naar voren worden gebracht.

Zo’n ruimte moet de vergaderzaal van de Tweede Kamer zijn.

Nu zou je kunnen stellen: laten we een wet aannemen die antisemitisme waar dan ook verbiedt. (Mijn partij zou trouwens zo’n wet ondersteunen.) Dat is nobel, maar dan beperk je de vrijheid van ­mening wel. En of dat handig is, valt te bezien. Je kunt dan altijd nog om een wetsverandering vragen: in onze vrije ruimte moet ruimte zijn voor antisemitisme.

Kortom: in de vergaderzaal van de Tweede Kamer moet je ongestraft de meest schunnige dingen kunnen zeggen.

‘Rutte is naar onze mening een pedofiel in dienst van Soros die wordt aangestuurd door een G5-mast in de hoerenbuurt van Den Haag’ is abject, maar als er gekozen Kamerleden zijn die dat willen betogen, dan moet dat gezegd kunnen worden.

Heeft zo’n partij de meerderheid, dan hebben we pech. Maar wij zijn dan een minderheid. Dus dan heeft de meerderheid geluk.

Kortom: wat Pepijntje ook naar voren brengt, of onze Grote Hegeliaan de Scruton-plagiator Baudet, de voorzitter van de Tweede Kamer mag best ‘tut-tut-ho-ho’ laten horen, maar liever niet.

Uiteindelijk moet het aan ons zijn, de kiezer, hoe we de schofterigheid en de schurkerigheid van ­bijvoorbeeld een Pepijn en Baudet beoordelen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden