Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

De schatvisser en zijn spoor van roestig grachtvuilnis. ‘Zó aso’

PlusJessica Kuitenbrouwer

Buiten hoor ik één enkele plons – dat kan niet goed zijn. Een reeks kleine plonsjes, ruisend water en krakend hout duiden op een roeiboot. Een zwemmer, hoewel zeldzaam, herken je aan een plons gevolgd door explosieve druppelgeluiden. 

Pleziervaart is meestal stemmen, muziek en dansende voeten. Klotsend water kan een botsing betekenen, of storm. Eén enkele plons, zonder vervolg, is verontrustend, want een enkele plons is een verloren fiets of portemonnee of erger: een drenkeling.

Eén plons dus.

Gespannen wacht ik op geruis, gedruppel of desnoods commotie, geroep, hulptroepen. Niks. Vanaf het balkon zie ik een paar mensen op hun dooie gemak naar de waterspiegel staren. “Doe dan iets!” wil ik roepen, maar dan hoor ik nog een plons.

Een van de mannen gooit een soort grote badstop het water in die naar de bodem van de gracht zinkt. Met een lang touw sleept hij de badstop langs de kade, om hem na een minuut of wat weer naar boven te takelen.

Aan het touw bungelt nu wat ik alleen maar kan omschrijven als roestige zooi. Ik kan er nog net de voorvork van een half­verteerde fiets in ontdekken. De visser, waarschijnlijk uit op verloren schatten, trekt teleurgesteld het roestige metaal los van de zware magneet in de badstop.

Gelukkig. Geen drenkeling. Niks aan de hand. Ik ga weer naar binnen.

Die avond zie ik overal hoopjes roestige, ondergeslibde troep liggen op de kade. Het ziet er dystopisch uit en stinkt een beetje. De schatvisser en zijn vrienden zijn nergens meer te bekennen.

Drie dagen later tref ik weer zo’n spoor van roestig grachtvuilnis aan. Een buurman staat er verontwaardigd naar te kijken. “Zó aso…” zucht hij. “En gevaarlijk ook, tetanus en zo.” We besluiten de schatvisser erop aan te spreken.

De volgende ochtend hoor ik weer zo’n nieuwe soort plons, dus loop ik snel naar beneden, waar ik inderdaad een grote badstop het water in zie vliegen. De schatvisser kijkt me vanuit zijn ooghoek argwanend aan. Hij zit duidelijk niet te wachten op een praatje, laat staan een correctie.

“Ruim je het wel netjes op, alsjeblieft – wat je niet meeneemt?” probeer ik voorzichtig.

Hij negeert me.

Ik wil het nog een keer zeggen, harder, strenger, maar dan word ik overstemd door keiharde salsamuziek, die uit het open dak van de lege rondvaartboot beukt. Aan het roer zit een buikige schipper soepel te swingen.

Och, laat dan maar, denk ik. Wie weet verrast de vangst van de schatvisser me wel net zo als de moves van deze salsaschipper.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden