Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

De ruzies vanuit de binnentuin maakten me onrustig

Plus

In de straat waar ik begon met wonen, voor het eerst in de stad, ruikt het naar verbrand brood. Niet ietsje te donker, maar helemaal verbrand. Er valt niets meer weg te schrapen.

Ik kijk altijd naar boven als ik door de straat loop, naar tweehoog. Nu ook. Ik verwacht een broodrooster op het balkonnetje, eentje waar de rook nog uitkomt, maar er staat niets. Het balkonnetje is leeg. De deur is dicht. De geur komt ergens anders vandaan. Er staan veel balkondeuren open. En ramen. Het is een mooie dag.

Ik probeer me te herinneren of ik een broodrooster had, daar, toen, voor het eerst in de stad. Het zou goed kunnen van wel. Het zou net zo goed kunnen van niet. Ik zie de keuken voor me, bedenk waar hij gestaan zou hebben. Als ik hem had. Misschien op het aanrecht. Of in de kast waarin de borden stonden. Ontbijt en groot. Wit met een donkerblauwe rand. Zes van elk. Op twee verschillende planken. Dat weet ik nog wel. Precies. Een broodrooster zie ik niet. Ook niet op de andere planken. Misschien boven op de koelkast.

Ik stel me voor hoe ik gewacht zou hebben tot het brood geroosterd was, op een mooie dag, met de balkondeuren open, en de ramen. Als ik hem had. Ik zou de pindakaaspot alvast hebben klaargezet, een mes ernaast, en vanuit de binnentuin zou klassieke muziek het huis in zijn gewaaid. Of ruzie. Altijd een van de twee. Of heel soms stilte.

De ruzies maakten me onrustig. De klassieke muziek soms ook. Op dezelfde manier als de oude gaskachel met de twee kapotte ruitjes me onrustig maakte. Ik bedacht vaak wat de kans was dat hij zou ontploffen. Het zou goed kunnen van niet. Het zou net zo goed kunnen van wel.

Ik zie de sneetjes brood springen. Nog te bleek.

Ik druk ze weer naar beneden met de knop aan de zijkant van het apparaat.

Dan luister ik verder. Naar de muziek of de ruzie. Of heel misschien naar de stilte. Tot ik ruik dat het mis is.

“Zonde van de kaas, hè?”

Aan de overkant van de straat trekt een vrouw met haar neus. Ik besef dat ik hetzelfde doe. Dat ze dat gezien heeft. Dat ik de geur opsnuif.

Ze denkt aan tosti’s.

“Misschien moest er wel pindakaas op.”

“Gedver, nee toch, veel te droog.”

Ik haal kort mijn schouders op. Naast de pindakaaspot in mijn keuken staat een glas water. Even later loop ik met een broodrooster naar het balkonnetje. Er komt rook uit. Als ik hem had.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden