Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

De ruggengraat van mijn karakter is van rubber

PlusTheodor Holman

Er loopt een pad naar de hel, daar ben ik van overtuigd. Soms is dat richting de hemel.

We gaan naar het huwelijk van Dylan en Claire in Midden-Frankrijk.

Dylan is het kleinkind van Frans, mijn oude schoolkameraad. Goed geboerd, huisje Frankrijk, mooie vrouw, vrouwtje kankerdood, weer een mooie vrouw – tot zover de afgelopen halve eeuw.

Het huwelijk is in een ‘romantisch kasteel’. Voor ons is in de buurt een hotel­kamer gereserveerd.

Als ik de binnenplaats van het kasteel (gebouwd in 1971) binnenrijd, worden de contouren van de hel zichtbaar. Zijn mooie vrouw houdt een paraplu boven het hoofd van Frans, die in een rolstoel zit. 

Het is niet de eerste keer dat ik op zo’n locatie een huwelijk meemaak. En altijd heb ik het idee dat ik terecht ben gekomen in een aflevering van Midsummer Murders, het wachten is op het vinden van het lijk.

Maar het halve lijk, Frans dus, vertelt me meteen wat er aan de hand is: “Ik wil er nu niet over praten, maar ook ik ben getroffen.”

“Wat bedoel je: kanker, een herseninfarct, een tumor?”

“Ik wil er niet over praten… Kanker,” zegt hij.

Dylan en zijn bruidje van achttien zijn op weg naar de hemel; hij heeft van zijn handen extra ogen gemaakt die constant alle onderdelen van haar lichaam willen bekijken, ook die gedeelten waar geen kleding is.

Omdat het regent zijn er grote witte tenten opgezet waar we kunnen schuilen en waar overdreven veel drank en eten is. (De wijn heet St. Amour.)

Dan komt Frans in zijn elektrische rolstoel naar mij toe.

“Dit is misschien de laatste keer dat we elkaar zien,” zegt hij, “ik kan het maar beter zeggen zoals het is.”

Hij doet alsof ik mijn oor heb afgeschroefd en als een poes op zijn schoot heb gekruld. Hij spreekt tegen z’n smalle dijen als een hese commando: “Zo wil ik het niet meer! Altijd alles in eigen hand gehad! Dus…” Hij noemt een datum in de nabije toekomst.

Opeens dringt een vreemde boosheid bij mij naar binnen. Ik ben hier voor hem, ik wil ook een leuk feest, al haat ik huwelijksfeesten, zeker in een nepkasteel. En dan deze mededeling. Zulke goede vrienden waren we nou ook niet!

Maar de ruggengraat van mijn karakter is van rubber. Hij draait z’n rolstoel en gaat voor mij en hem een glas St. Amour halen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden