Beeld Artur Krynicki

De rechter was woedend, maar híj keerde tenminste nog terug…

PlusPaul Vugts

Praat toch normaal! Hoe vaak heb ik het niet gedacht over rechters die spreken in juridisch potjeslatijn? Wie in 2020 nog denkt dat plechtig taal­gebruik het klootjesvolk vanzelf overtuigt van zijn of haar wijsheid, is hooguit onbedoeld grappig.

Wie een beslissing niet in normaal Nederlands kan uitleggen, heeft misschien niet zo’n heldere beslissing genomen. Voor ijdel gedoe koopt niemand wat.

Gelukkig gaat het al veel beter dan voorheen.

Het andere uiterste komt ook voor. Rechters die elke magistratelijkheid laten varen. Dat tref ik juist in de voorname liquidatieprocessen. Onder druk van de enorme belangen vechten advocaten en aanklagers soms ordinaire schoolpleinruzies uit en rechters gooien dan geen olie op de golven, maar mikken een flinke scheut olie in het vuur. Ze beginnen óók te schreeuwen, zoals onmachtige onderwijzers tegen de ettertjes achterin hun klas.

Dat zou een goede scheidsrechter nooit doen.

Het jongste incident draait om de onderzoeksrechter die driftig is weggebeend uit het reusachtige liquidatieproces Marengo tegen Ridouan Taghi en zestien medeverdachten. Ze kon het niet meer aan dat advocaten haar leiding ‘op een ongekend harde wijze’ afkeurden en bestempelden als ‘intimiderend’ en ‘systematisch in het voordeel van de aanklagers’.

Ze had het ‘verbijsterend’ gevonden dat een advocaat de naam van een familielid van de kroongetuige had genoemd, terwijl volgens haar juist uitdrukkelijk anonimiteit van zulke getuigen was afgesproken, aangezien een broer en advocaat van de spijtoptant al zijn doodgeschoten.

In een ongekend felle brief meldde de onderzoeksrechter de partijen begin deze maand dat ze haar taak neerlegt van­wege de ‘onaanvaardbare bejegening’ door advocaten die ‘alle normen van fatsoen te buiten ging’.

De raadslieden in kwestie zijn weer kwaad om haar beschuldigingen.

Het bedenkelijke schouwspel doet me denken aan het grootste Amsterdamse liquidatieproces vóór het tijdperk-Taghi. In het prille begin van die zaak Passage, in 2009, mengde de rechtbankvoorzitter zich op openbare zittingen vol vuur in het gekrakeel dat hij had moeten dempen.

Hij had geen zin in ‘al die weerstand’ van advocaten tegen zijn strakke regie, fulmineerde hij. Toen een raadsman plagerig opmerkte dat hij het maar moest zeggen als hij liever helemaal geen verdediging wilde toestaan in het megaproces, ontplofte hij. “Een schandalige suggestie!” riep de voorzitter uit, en de hele rechtbank trok zich terug uit de zaal.

De rechters riepen de advocaten en aanklagers vervolgens in een bovenzaaltje van de zwaarbeveiligde ‘bunker’ in Amsterdam-Osdorp bijeen voor een ‘rondetafelconferentie’, zoals de boze rechtbankvoorzitter de bijeenkomst van een uur noemde.

Daarna pas kon de zitting verder, en zou het proces zich nog vier jaar voortslepen – nog afgezien van het hoger beroep.

Ik zag die woedende eruptie van die rechter toentertijd als dieptepunt, maar híj keerde tenminste nog terug…

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden