Opinie

‘De problemen in het onderwijs: gedrag van leerlingen en verlies van gezag’

Gepensioneerd leraar Peter de Vos ziet twee problemen die in de huidige onderwijsdiscussie over het hoofd worden gezien: gezagsverlies en het gedrag van leerlingen.

Stakende leerkrachten in Den Haag. Groepsgrootte en salaris zijn niet hun enige problemen. Beeld ANP

De groepsgrootte wordt vaak aangehaald als belangrijke oorzaak van de verzwaring van de onderwijstaak. Dat is echter geen factor van groot belang. Ikzelf zat in 1960 in een eerste klas van meer dan dertig leerlingen. Dat was toen echter niet zo’n probleem. De leerlingen hadden thuis geleerd goed te luisteren op school en zo niet, dan zwaaide er wel wat bij thuiskomst!

De hoogte van het salaris is ook een vaak genoemd argument in de discussie over de problemen in het onderwijs. Naar mijn idee mag dat wel iets meer zijn, maar slecht betaald worden de onderwijsgevenden nu ook weer niet.

Brutaal en ongemotiveerd

Er zijn echter twee grote problemen waar het onderwijs nu mee te kampen heeft. Het eerste is het gedrag van de leerlingen. Dat is in de loop der jaren veranderd van gedwee, volgzaam, goed luisterend en vlijtig werkend naar ongeconcentreerd, snel afgeleid (ook door mobieltjes), brutaal en ongemotiveerd werkend.

Hoe dat komt? Dat is er geleidelijk ingeslopen. De maatschappij verandert continu. Ouders die de opvoeding steeds meer aan de school toevertrouwen omdat zij er zelf te weinig aandacht aan besteden of tijd voor hebben. En dan ook nog klagen dat de school het niet goed doet.

Het tweede grote probleem is de tussen-managementlaag die in de loop der jaren is gecreëerd. Om hun vaak hogere salaris te rechtvaardigen, worden de onderwijsgevenden door die managers opgezadeld met extra vergaderingen en allerlei opdrachten waarvan het nut niet altijd even duidelijk is. Onderwijsgevenden worden ook ter verantwoording geroepen door deze managers wanneer er problemen met leerlingen zijn. De onderwijsgevende verliest zijn gezag hierdoor steeds meer en meer. Naar de afdelingsleider wordt nog wel enigszins geluisterd maar naar de lesgevende steeds minder en minder.

Baasje spelen

Wat de onderwijsgevende graag wil, is werken met een gemotiveerde groep leerlingen, zonder al te veel gedragsmoeilijke jongens en meisjes in de klas. Hij of zij wil zich daarbij voortdurend gesteund voelen door de leidinggevenden. Deze zijn namelijk aangesteld om de omstandigheden voor de leerkracht daar waar mogelijk te verbeteren en altijd ondersteunend aanwezig te zijn. En niet om ‘baasje’ te spelen.

Zijn er nog meer werkdruk verhogende factoren? Indien er leerlingen zijn met écht grote gedragsproblemen zijn er vaak te weinig mogelijkheden om deze leerlingen ergens anders onder te brengen. Soms wordt zo’n leerling ‘geruild’ met een gedragsmoeilijke leerling van een andere school, in de hoop dat het dan misschien beter gaat.

‘Rugzakleerlingen’

Door het passend onderwijs krijgen de scholen steeds meer ‘rugzakleerlingen’ toegewezen: leerlingen met diverse problematiek. Autisme, faalangst, dyslectie et cetera. Van de lesgevende wordt dan verwacht daar rekening mee te houden. We doen ons best, maar we zijn er niet écht voor opgeleid!

Zorgteams binnen een school (met daarin psychologen, orthopedagogen, remedial teachers, ambulant verpleegkundigen) nemen een steeds belangrijker plaats in. Dat geeft aan hoe groot de problematiek onder de jeugd is.

Wanhopige leerkracht

U zult begrijpen dat stagiaires, die van de Pabo afkomen of van een lerarenopleiding, enorm schrikken van de ‘toestand’ van een klas waar zij voor komen te staan. Wat allemaal komt kijken bij het lesgeven en hoe je je staande moet houden voor de klas, schrikt dermate af dat veel van deze studenten het voor gezien houden. Ook weten de huidige studenten zelf nog hoe het was als leerling in een klas met een wanhopige leerkracht ervoor. Dat werkt ook niet echt mee.

De verantwoordelijkheid voor het betreffende vak moet terug naar de leerkracht. In het voortgezet onderwijs betekent dit dat de vaksecties zelf weer de regie krijgen over alles wat met het betreffende leergebied te maken heeft: de leerstof, de toetsing et cetera. De directeur van de school houdt hier toezicht op en is eindverantwoordelijk.

De taken die afdelingsleiders nu uitvoeren, kunnen ook prima door de vaksectie zelf worden geregeld. Dit zal het aanzien van de leerkracht aanzienlijk verbeteren.

Onderwijzers-dna

Ook moeten leerkrachten meer zeggenschap krijgen over het toelaten tot de les van leerlingen die te vaak lesverstorend aanwezig zijn. De aandacht die de leerkracht aan deze leerlingen moet geven, is voor de docent altijd uiterst vervelend en gaat ten koste van de welwillende leerlingen. Onderwijsgevenden zouden moeten kunnen zeggen: ‘Tot hier en niet verder!’ Niet langer iedere les maar weer proberen. De rust in de lessen moet terug. Dat zal uiteindelijk leiden tot meer respect voor de leerkracht.

Om toch te kiezen voor dit beroep moet je wel uiterst gepassioneerd zijn en een specifiek soort onderwijzers-dna bezitten want je kiest voor een mooi vak waar helaas weinig respect meer voor is. Of dat in de toekomst anders zal zijn? Vast wel….maar of ik dat nog mag meemaken?

Peter de Vos, gepensioneerd gym- en natuurkundeleraar.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden