Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

De premier van bordkarton kan alleen kort en nuffig knikken

PlusJohan Fretz

Bij het slotdebat werd het nog eens bevestigd: de NPO-redacties moeten zich schamen dat ze ons tijdens deze campagne hebben gebombardeerd met drie een-op-eendebatten tussen Mark Rutte en Geert Wilders. Dat de publieke (!) omroep een premier die al tien jaar in het Torentje zit steeds door dezelfde persoon laat uitdagen, is op zichzelf al ondermijnend voor onze parlementaire democratie. Wij hebben tenslotte (gelukkig) geen tweepartijenstelsel. Dat het om de nummer één en twee in de peilingen gaat, is geen argument, want die constante herhaling bepaalt juist de uitslag van die peilingen.

Dat de uitdager vervolgens iemand is die geen fundamenteel andere stroming vertegenwoordigt dan de premier (Wilders is uiteindelijk gewoon een geradicaliseerde VVD’er, say it out loud), maakt het pas echt kwalijk. Toch werd hard rechts tegen knetter rechts ons de afgelopen weken weer driemaal gepresenteerd als een wezenlijke keuze, terwijl wij in de praktijk alleen maar twee mannen zagen die voortdurend met elkaar stonden te bekvechten over wie er de meeste vluchtelingen had/zou laten stikken in kampen met lekkende tenten en bijtende ratten. Een dieptriest Kampioenschap Ontmenselijking van twee heren die elkaar bovendien door en door kennen, graag samen appeltaartjes eten en die ons desondanks op hetzelfde toneelstukje blijven trakteren, om dit land het idee te geven dat zij de enige keuzes zijn. Je kunt het hen niet kwalijk nemen, maar journalisten wel.

Helaas: wij kregen dus geen enkel grondig debat tussen Rutte en een linkse lijsttrekker, waarin een wezenlijke botsing der ideeën en ideologie had kunnen plaatsvinden: over de toeslagenaffaire, de filosofie van ‘tuig’ en ‘keihard aanpakken’ versus die van vertrouwen en menselijkheid, over de schandalige informatievoorziening naar de Kamer, over het niet halen van de klimaatdoelen, vermogensongelijkheid, discriminatie, etc.

Toen Ploumen tijdens het Debat van het Zuiden de coalitiepartijen scherp en raak aanviel op hun onwil om huisjesmelkers aan te pakken, zag je een shot van Rutte, die alleen maar kort en nuffig knikte: ‘laat dat mens maar lullen’. Reageren op de inhoud vond de premier beneden zijn stand. De arrogantie van de macht in één beeld gevangen. Ooit was Rutte in elk geval nog de man die met oprecht enthousiasme schadelijke ideeën verkondigde, nu is hij een volkomen hol vat. Een man gemaakt van bordkarton, net als de mascotte waarmee hij campagne voert. Zijn verdiensten? Het aantal dak­lozen is verdubbeld, de publieke sector is uitgehold, de ongelijkheid heeft schrijnende vormen aangenomen en – je zou het bijna vergeten, want zelfs Nieuwsuur vroeg hem er niet naar: zijn regering viel over institutioneel racisme.

Maar ook bij het slotdebat liet de NOS de premier weer lachend met zijn rechtse vrienden Geertje en Wopke (‘Eh, meneer Hoekstra’) keuvelen. Niet eens met de in de peilingen omhoog geschoten Sigrid Kaag, die Rutte het meest nadrukkelijk uitdaagde als premierskandidaat. Wat had ik hen graag zien debatteren over moreel leiderschap en visie, al die zaken waaraan het de man die na vandaag vermoedelijk premier blijft, zo ontbreekt.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden