Lezersbrief

‘De overheid heeft altijd al moraliserende houding aangenomen ten aanzien van kunst’

Nelle Boer, beeldend kunstenaar, heeft een vernietigend oordeel over het kunstsubsidiesysteem van Nederland. ‘Genoeg reden voor kunstenaars om de overheid te wantrouwen.’

Beeld Shutterstock

Met enige verbazing las ik zaterdag de column van Theodor Holman in ­deze krant over het rapport van de Amsterdamse Raad voor de Kunst. Holman spreekt daarin zijn verontwaardiging uit over het feit dat de overheid middels kunstsubsidie een moraal tracht op te leggen.

De schrijver heeft zich naar het schijnt nooit verdiept in de oorsprong van ons kunstsubsidiesysteem, want dit is al sinds de jaren ­vijftig het uitgangspunt van de overheid: het onderwijzen en ‘verheffen’ van het volk door middel van kunst, waarbij de opvatting van de overheid over kunst bepalend is.

Het gaat de overheid er dus niet om het volk te informeren over wat er allemaal gebeurt in de kunsten in Nederland, maar uitsluitend over kunst die past binnen de eigen, zeer beperkte visie. Die visie wordt bepaald door een paternalistische kijk op minderheden, waarbij de leugen wordt verspreid dat kunst voor deze groepen niet toegankelijk zou zijn.

Kunstinstellingen en kunstenaars zouden moreel verplicht zijn zich aan te passen en in hun werk meer gericht moeten zijn op de wensen van dit deel van het kunstpubliek. Dit is een stuitend denigreren van minderheden, alsof zij vanwege hun huidskleur of culturele achtergrond een fundamenteel andere beleving van kunst zouden hebben. Ook wordt hiermee gesuggereerd dat zij niet ­eigenhandig in staat zijn om de weg naar het museum of de kunstopleiding te vinden, maar bij dit laatste aan de hand meegenomen moeten worden.

Aangezien alleen kunstenaars en instellingen die zich voegen naar deze kijk op minderheden nog in aanmerking komen voor subsidiegeld, is het boven alles een verdienmodel gebaseerd op identiteitspolitiek. Een huichelachtige manier voor overheid, kunstinstellingen en kunstenaars om geld te verdienen aan de zogenaamd miserabele positie van minderheden in de kunst.

Het is een zeer kwalijke uitwas van het kunstsubsidiesysteem, maar in de basis niet nieuw. De overheid heeft in Nederland altijd een moraliserende houding aangenomen ten aanzien van kunst, ten koste van kunstenaars en hun integriteit. Genoeg reden voor kunstenaars om de overheid te wantrouwen, waar het kan te bevechten en nooit een cent van ze aan te nemen.

Nelle Boer, beeldend kunstenaar, Zwolle

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden