Karin Spaink. Beeld Artur Krynicki

De overeenkomsten tussen de neonazi's en IS zijn frappant

Plus Karin Spaink

De overeenkomsten zijn frappant. Jongemannen die zichzelf en ­elkaar opjutten. Jongemannen die ­verrukt luisteren naar hun ­leiders, zijn geschriften onderling delen en ze gretig verslinden. Jongemannen die verzaligd huiveren bij het idee te sterven om de heilstaat dichterbij te brengen. Jongemannen die hopen een burgeroorlog te doen ontvlammen. Jongemannen die dwepen met geweld. Jongemannen die de ­levens van anderen als verwaarloosbaar zien. Jongemannen die tegen elkaar opbieden hoeveel dodelijke slachtoffers ze kunnen maken, die doen alsof terreur een spelletje is.

Ergens achter hen houden de oudere mannen zich schuil. Nee hoor, zij zijn geen terroristen, zij zeggen alleen waar het op staat. Ze spreken van zonde, van omvolking, van afvalligheid, van reinheid, van hoeveel beter ons leven wordt wanneer de ander wordt uitgebannen en de zuiverheid van het ras, of van het geloof, hersteld en bewaakt wordt. Ze wentelen zich in de groots­heid die we ongetwijfeld terugkrijgen als de ander eenmaal kan worden uitgebannen.

De neonazi’s zijn de andere kant van de medaille van IS; ze zijn elkaars gelijken, elkaars spiegelbeeld, elkaars pendant. Elkaars yin en yang. Ze hebben elkaar in een houdgreep en ­gijzelen met hun verhitte dromen – die niets dan nachtmerries zijn – de rest van de mensen, en dat is precies waar ze op uit zijn: angst verspreiden, mensen bang maken, anderen imponeren, ons verlammen.

Wat ze gemeen hebben, is dat ze van conflict houden maar geen verschil van inzicht kunnen velen. Dat ze zeggen op te komen voor ons, maar dat hun ‘ons’ nooit iedereen omvat. Dat ze vrouwen alleen beschermen zolang die zich gedragen zoals zij dat willen, en die hun kinderen baren. Dat ze volstrekt niet tegen homoseksualiteit kunnen, en die vooral als wapen inzetten om de ander mee zwart te maken. Dat ze de mond vol hebben van het volk, maar individuele burgers liefst elk recht ontzeggen: dat op vrije meningsuiting als eerste, dat op een open en vrije pers als tweede. Dat ze intern elke vorm van democratie, rekenschap en transparantie aan hun laars lappen.

Er is één belangrijk verschil: we houden de radicale islamisten in het Westen redelijk in het oog, en terecht, maar we verwaarlozen de neonazi’s. De ideo­logen en voorsprekers daarvan krijgen ruim baan in de ­media, we doen lacherig wanneer verhalen vrijkomen over verontrustende speeches en griezelige contacten, en er ontstaat ophef zodra bekend wordt dat ze worden gemonitord.

Al tien jaar geleden waarschuwde de binnenlandse veiligheidsdienst van de VS, Homeland Security, voor het gevaar van extreemrechtse terreur. Meteen kwamen Republikeinse senatoren in het geweer: zij eisten dat de monitoring zou worden stopgezet en maatregelen om de dreiging in kaart te brengen, werden opgeven.

Het wordt tijd dat we ons afvragen hoe we radicalisering van onze eigen jongemannen kunnen tegengaan.

Reageren? Mail dan naar k.spaink@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden