James Worthy Beeld Agata Nowicka

De overbuurman staat weer naakt voor het raam

Plus James Worthy

De overbuurman staat weer naakt voor het raam. Hij kijkt naar de ambulance die in onze straat is geparkeerd. De ambulancebroeders schuiven voorzichtig een toerist de wagen in. De huurfiets laten ze liggen.

De overbuurman is oud. Diep in de tachtig. Zijn huid hangt als een te groot tafelkleed over zijn botten heen. In het begin durfde ik niet naar hem te kijken, omdat ik het zielig voor hem vond. Dan voelde ik me schuldig. Maar tegenwoordig blijf ik naar hem kijken, omdat er anders niemand naar hem kijkt. In zijn raamkozijn staat een donkerblauwe vaas waarin ik nog nooit bloemen heb zien staan.

De overbuurman komt nooit buiten. Hij laat zijn boodschappen bezorgen en knipt zijn eigen haar. Dan staat hij in een onderbroek voor de spiegel die in de huiskamer hangt en snoeit hij de schedel. Soms knipt hij ook zijn wenkbrauwen. Dat vind ik mooi.

Veel oude mannen laten hun wenkbrauwen maar groeien. Als protest of gewoon omdat ze er trots op zijn. Misschien staat er ergens in een oud boek geschreven dat lange wenkbrauwen voor wijsheid staan. Of misschien hebben die mannen al zo veel gezien in dit leven dat hun ogen af en toe gordijnen nodig hebben.

Naast de spiegel hangt een foto van een vrouw. Elke avond voor het slapen gaan, tikt hij het lijstje aan zodat het scheef hangt. En elke ochtend hangt hij de foto weer recht.

Ik weet niet waarom de overbuurman nooit buitenkomt, maar soms begrijp ik hem wel. Buiten staan er lange rijen voor de Apple Store. Voor boekenwinkels staat nooit een rij. Buiten mag je nergens meer roken of drinken. Buiten schreeuwen de scooteralarmen harder dan de verwarde mannen. Buiten zijn muggen, verlof-tbs’ers en mensen die hun telefoon op luidspreker zetten aan het begin van een telefoongesprek.

De overbuurman eet drie keer per week vissticks. Zo’n heel pak. Hij bakt ze in roomboter, snijdt een heel stokbrood door de helft, legt tien vissticks op de ene helft, spuit er wat ketchup op en legt de andere helft van het brood er bovenop. Ik weet niet wat voor werk de overbuurman vroeger deed, maar ik weet bijna zeker dat hij zijn geld niet met het schrijven van kookboeken verdiende.

Ik denk niet dat hij weet dat ik vaak naar hem kijk. Ik denk ook niet dat hij het daarom doet. Dat naakt zijn. Hij heeft mijn ogen helemaal niet nodig.

Toen ik zo’n tien jaar geleden op mijn allereenzaamst was, liep ik ook geregeld naakt door mijn huiskamer. Alleen al het gevoel dat er iemand naar me keek, was genoeg. Zelfs als niemand daadwerkelijk naar me aan het kijken was. Ik woonde op driehoog. Niemand kon me zien. Noem het fantoomvoyeurisme. Ik was niet meer alleen, omdat ik mezelf wijs had gemaakt dat ik werd bekeken.

De overbuurman hangt de foto scheef en brengt daarna zijn bordje naar de keuken. Naakt loopt hij zijn slaapkamer binnen. Ik kan hem niet meer zien. Slaap lekker, overbuurman. Ik hoop dat je in je dromen wel naar buiten gaat.

In onze straat staat geen ambulance meer. Maar de huurfiets ligt er nog steeds.

Morgenochtend zet ik hem recht.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden