PlusColumn

De oude man is op mijn nieuwe winterjas aan het kwijlen

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Toen de oude man naast me kwam zitten, wist ik al dat hij in slaap ging vallen. Half slaapwandelend liep hij de tram binnen en plofte naast me neer. Hij plaatste zijn paraplu tussen zijn benen, mompelde iets en toen vertrok hij zonder koffers naar dromenland.

Wat hij precies mompelde weet ik niet, maar hij sloot zijn gemompel met het woord 'dutje' af. Ik houd van het woord dutje.

In mijn jeugd werd ik geplaagd door afschuwelijke nachtmerries. Ik plaste een paar keer per week in bed, omdat ik dacht dat de monsters die onder mijn bed leefden dan misschien zouden verdrinken.

Maar op een dag zei ik niet meer 'ik ga slapen' of 'ik ga naar bed', nee, ik zei dat ik een dutje ging doen. Sindsdien heb ik nooit meer een nachtmerrie gehad. Ik denk dat monsters bang zijn voor mensen die dutjes doen.

Over twee haltes moet ik eruit, maar ik wil de oude man niet wakker maken. Waar ik naartoe moet, is niet per se belangrijker dan waar hij nu is. Daarnaast ben ik ook best wel een beetje in mijn nopjes dat er überhaupt iemand naast mij is komen zitten. Dat gebeurt niet meer zo vaak.

De mensen lijken liever te willen blijven staan. Ze willen niet met hun ene schouder tegen mijn schouder aanwrijven als de tram iets te hard door de bocht gaat. En dat vind ik prima. Volwassen worden is berusting vinden in het feit dat niemand meer naast je wil komen zitten.

De oude man is op mijn nieuwe winterjas aan het kwijlen. Ik vraag me af wat hij droomt. Ik hoop dat het een mooie droom is. Waar dromen oude mannen over? En zijn ze oud in hun dromen of dromen ze over de toekomst in het lichaam van hun 34-jarige ik?

Alleen al daarom wil ik oud worden. Ik wil weten wat ik droom als ik oud ben. En of de toiletten in dromenland uit­gerust zijn met wandsteunen en toiletbeugels.

Op de eindhalte vraagt de trambestuurder aan me of ik wil uitstappen of dat mijn vader en ik nog een rondje willen blijven zitten. Ik steek mijn rechterwijsvinger de lucht in en teken er een cirkeltje mee.

De telefoon gaat. Mijn afspraak vraagt waar ik in godsnaam blijf.

"Ik kan de tram niet uit, omdat er een oude man naast me aan het slapen is."

"Maak hem wakker dan. Tik hem zachtjes aan. Of fluister iets in zijn oor. Zing iets! Een liedje van Toon Hermans of zo. Daar houden die oudjes van."

"Maar wat als hij op dit moment zijn mooiste droom ooit aan het dromen is? Wie ben ik om hem wakker te maken?"

"Nee, wie is hij om naast jou in slaap te vallen? Het is half een 's middags!"

"Ik vind het een groot compliment, man."

"Maar je blijft dus zitten tot hij weer wakker wordt?"

"Ik denk het wel."

"En wat als hij nooit meer wakker wordt?"

"Dan hoop ik dat zijn overstap soepel verloopt."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden