Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De oorlog is onze hoer, en onze geweren, mitrailleurs en kanonnen zijn onze geslachtsdelen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

‘Op een gegeven moment wen je aan die lucht van lijken die al een tijd lagen te rotten. Je ruikt hem overal. Hij blijft in je neus zitten… Nee, in je kop, in je hersens. Ik ruik die lucht nu nog.

Het is om die lucht dat je de vijand haat. En je beseft dat het ook onze lucht is. Het parfum van de dood waarvan de bestanddelen angst en haat zijn, is een liefdesdrank. Met dat parfum ben je de goedkope hoer van de oorlog. Of nee, hoerenloper. Ja, wij soldaten zijn de hoerenlopers. En de oorlog is onze hoer.

Het is echt zo: onze geweren, mitrailleurs en kanonnen zijn onze geslachtsdelen. En die hoer lonkt ons maar. ‘Neem me hier en hier…. en hier.’ En we schieten alles dood. Iemand doden die je haat, geeft een verrukkelijk orgasme, want het bevredigt je angst en je haat. En die worden eigenlijk zelden bevredigd.

Overdrijf ik? Kan best. In zo’n oorlog moet je alles overdrijven. Je praat niet, je schreeuwt. Je schiet niet één kogel af, maar honderd. Je doodt niet een man, maar je wil iedereen in die tank of in die loopgraaf pakken.

Dat is misschien wel het vreemdste: de dood geeft geluk. Als je al die vijandelijke lijken ziet liggen en je kunt weer vijftig of honderd meter verder vijandelijk gebied binnentrekken, dan denk je: net goed, mooi zo, stelletje sufferds. Dat bedoel ik: je loopt achter de dood aan, steeds fanatieker want je wordt verliefd op haar.

Ja, haar… De dood is een vrouw, zoals ik al zei.

En natuurlijk denk ik wel eens aan de soldaten die ik heb gedood.

Ik heb ze horen schreeuwen, ik heb ze zien huilen en heb ze horen smeken. En ze vertelden dat ze getrouwd waren en kinderen hadden, dat hun vrouw zwanger was. En weet je wat ik dan zei: ‘Jammer.’ En dat meende ik. Ze hadden ook geprobeerd mij te doden, mij te martelen…

En nu denk ik: het is goed dat ik een uniform droeg. Een leger is één lichaam. Dus één hoofd, één hart, één paar benen en armen. Daarom zeg ik: ik heb niemand gedood, wij hebben iemand gedood.

Maar ik weet natuurlijk wel dat de vijand een mens is, net als ik. Maar een mens… We zijn mislukte dieren. God schiep de aarde en toen de mens. Hij zag dat de mens een mislukking was en daarna schiep hij de dieren.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden