Opinie

‘De nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans is nu al niet meer van deze tijd’

De nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans zal volgens Nadia Adnani en Kim Deelen juist niet die gewenste balans tussen flex- en vast werk bevorderen.

'Ontslaggronden kunnen worden gemixt om alsnog een vol glas te krijgen.'Beeld Getty Images/iStockphoto

Op 1 januari treedt de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. Deze wet is volgens minister Koolmees onderhoud op de huidige arbeidswet, de Wet werk en zekerheid (Wwz) die in 2015 werd bedacht door zijn voorganger Lodewijk Asscher. Koolmees wil met de Wab de knoppen van de Wwz her en der wat losser (ontslagrecht) en strakker (flexibele arbeid) draaien, om de tegenvallers van de Wwz aan te pakken. Voornaamste doel van de Wab: flexibel moet vaster en vaster moet flexibeler. Wat echter werd gepresenteerd als het bijschaven en verbeteren van de oude wet, lijkt als hoofdingrediënt het indammen van flexwerk te hebben.

Toen Asscher de Wwz introduceerde werd er een evaluatie voor de hele wet gepland in 2020. Ver hiervoor werd er echter al aan de stoelpoten van de Wwz gezaagd. In het regeerakkoord van Rutte III (7 oktober 2017) zijn de eerste contouren van de Wab al te lezen. De evaluatie is niet afgewacht, omdat de Wwz in de praktijk op een aantal punten niet uitpakte zoals gedacht.

Zo konden werkgevers en rechters niet goed overweg met het nieuwe ontslagstelsel. Het stelsel leek het lastiger te maken om afscheid te nemen van een werknemer. Wanneer er geen volledig dossier was bij disfunctioneren kon dit gebrek niet meer worden gerepareerd met een hogere vergoeding, zoals dat vóór het Wwz-tijdperk wel kon. De ontslaggrond moest nu voldoen aan de voorwaarden die in de wet stonden. Oftewel, een halfvol glas wordt met een vergoeding niet ineens vol onder de Wwz.

Cumulatiegrond

Per 1 januari komt er een extra ontslaggrond, de zogenoemde cumulatiegrond. Dit betekent dat er verschillende ontslaggronden gemixt kunnen worden om alsnog een vol glas te krijgen. Een beetje disfunctioneren kan worden aangevuld met bijvoorbeeld een onvolledig dossier voor een verstoorde arbeidsrelatie, zodat de arbeidsovereenkomst alsnog door de rechter kan worden beëindigd. De werknemer kan dan worden gecompenseerd met een hogere vergoeding. Hiermee wordt vast veel flexibeler en komt het ontslagstelsel verdacht veel in de buurt van de situatie die we kenden voor de Wwz.

De duur waarbinnen bepaalde tijdcontracten kunnen worden gesloten gaat weer terug van 24 maanden naar 36 maanden. Hiermee wordt een onnodige inschattingsfout bij de totstandkoming van de Wwz gerepareerd.

In de praktijk bleek namelijk dat werknemers niet eerder in vaste dienst kwamen, maar eerder op straat. Een praktijk die wat ons betreft van grote afstand zichtbaar had moeten zijn. Ook al omdat werkgevers vanaf 24 maanden een transitievergoeding moesten betalen bij een afscheid.

Paar honderd euro

De werknemer heeft straks vanaf de eerste dag recht op de transitievergoeding. Op deze manier worden kortdurende (bepaalde) en langdurende (onbepaalde) dienstverbanden relatief gelijk belast. Het betekent echter ook dat er een transitievergoeding moet komen wanneer een werkgever binnen de proeftijd na bijvoorbeeld een week al afscheid neemt van een werknemer. In hoeverre zal deze werknemer geholpen zijn met een transitievergoeding van een paar honderd euro (bruto) als voorziening om hem van werk naar werk te begeleiden? In zo’n situatie zal het doel van een transitievergoeding niet opgaan.

De vraag die bij ons opkomt: waarom moesten de doelen die met de Wwz niet zijn behaald alsnog worden bereikt? In het derde kwartaal van 2019 hadden 9 miljoen mensen betaald werk. Ruim 1,2 miljoen daarvan is oproepkracht en de helft daarvan is scholier. Volgens Koolmees bestaat voor de andere helft een verhoogd armoederisico.

Daarom moet flex vaster en vast flexibeler. Werkgevers moeten vanaf 1 januari oproepkrachten die een jaar of langer in dienst zijn een contract met een vast aantal uren aanbieden. Dit aantal moet het gemiddelde zijn van het jaar daarvoor. Oproepkrachten mogen dit aanbod weigeren, maar werkgevers moeten wel elk jaar een nieuw aanbod doen. Ook moeten oproepkrachten ten minste vier dagen van tevoren worden opgeroepen. Ook houden oproepkrachten recht op loon wanneer de werkgever kort van tevoren de oproep intrekt of wijzigt.

Averechts

Wij verwachten dat het op deze manier afdwingen van balans tussen flex en vast niet het gewenste effect zal hebben. De kans is groot dat de nieuwe maatregelen, net als bij de Wwz, juist averechts zullen werken voor de flexwerkers. Want net als bij de Wwz zal de praktijk ook bij de Wab weer op zoek gaan naar mazen in de wet.

Een zzp’er aantrekken in plaats van een oproepkracht, contracten korter dan een jaar of het verplichte aanbod na een jaar onaantrekkelijk maken. Dit zijn een aantal uitwegen dat al wordt genoemd. De NS en de ANWB hebben al aangekondigd per 1 januari afscheid te zullen nemen van een deel van hun flexwerkers.

Ongetwijfeld zullen vervolgens ook de mazen in de Wab weer gedicht worden met wetgeving. Kortom: de wetgever blijft achter de praktijk aanlopen, zonder echt te kijken naar de behoefte daarvan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden