Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De nepfietser slalomde over het fietspad

PlusMaarten Moll

Zelf het zware werk doen en tegen de wind in trappen is er niet meer bij tegenwoordig. Dacht ik toen een jongeman me met een behoorlijke vaart voorbijzoefde.

Hij at er een wit boterhammetje bij.

Op zo’n fiets met van die dikke banden. Elektrisch aangedreven.

Elektrische fietsen zijn niet bepaald mooi te noemen.

De nepfietser slalomde over het fietspad, voor The Manor Hotel, tot ie moest remmen voor twee ginnegappende scholieren. Ik zag aan zijn schouders dat hij zich enorm zat op te winden over het feit dat hem geen ruim baan werd verleend.

“Langzaam rijden dat deejen zie nooit

Dat vonden zie toch maar tied verknooid,” zong ik zacht.

In plaats van te bellen, schoot de jongen op zijn dikke banden zo de rijweg op.

Het witte boterhammetje maakte toen al een vlucht door de lucht.

Een kleine zwarte auto moest remmen.

Tóéóéóéóéóéóéóéóéóéóéóéóéóéóét!!!!!

En daar kwam ook de middelvinger uit het raam.

De jongeman reed verder. Ik zag hem met gevaar voor eigen leven dwars het kruispunt oversteken in de richting van het Oosterpark.

“Zal ik die bril van je kop rammen, kutstudentje?”

Ik droeg toen een tijdje een wat studentikoos brilletje, en ik had een taxichauffeur afgesneden op de Marnixstraat, waarmee de stand op 380 tegen 1 kwam, in het voordeel van de taxi’s.

Het getoeter had ik ook met ‘de vinger’ beantwoord.

Voor de zekerheid was ik snel via het Raamplein de kleine straatjes ingeschoten. Maar op de Prinsengracht reed hij me opeens klem.

Ik behield mijn brilletje en liet de verwensingen over mijn moeder gelaten over me heen komen. Bij het wegrijden probeerde hij over mijn voet te rijden.

Ik fietste verder. Vanuit mijn ooghoek zag ik schuin achter me iets op de trambaan naderen.

Het was geen tram.

Razendsnel kwam de jongen op zijn koddige elektrische fiets langsgesneld. Hij ging echt hard nu.

Tientallen meters verder, voor de rotonde, stonden de auto’s stil.

Ook de kleine zwarte auto.

Hier ging verhaal worden gehaald, snapte ik.

Ik zag dat de jongen iets uit de zak van zijn hoody haalde.

Herstel: hier ging wraak worden genomen voor ‘de vinger’.

Aan het geluid dat ik even later hoorde, waren het stenen die hij tegen de zwarte auto smeet. De auto zat klem tussen andere auto’s en kon niets anders doen dan met de andere auto’s meerijden toen de file in beweging kwam. Hij ging de bocht om en reed de Mauritskade op.

De jongen, die even had toegekeken, keerde met enige moeite het logge bakbeest, hoorde ook de tram klingelen, en reed weg.

“Zag je wat hij deed?” riep iemand.

“Heeft iemand gefilmd?” zei een ander.

Toen tram 19 langs was gereden, waren de jongen en zijn fiets verdwenen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden