Column

De mooiste vrouw uit de Nederlandse literatuur duimt

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Afgelopen zaterdag stond in Het Parool een vertederende portretserie van duimende jongvolwassenen. Ik weet nog goed dat ik een jongvolwassene was. Ik zocht naar het kind in mezelf en toen ik het kind in mezelf had gevonden, gooide ik het van de trap en begroef het in het zachtste gedeelte van onze achtertuin. Tussen het grindpad en de schommel.

Volwassen worden, is het om het leven brengen van je kindertijd. Alles wat als infantiel gezien kan worden, deporteer je naar het hiernamaals. Volwassen worden is krampachtig urineren over alle met stoepkrijt getekende herinneringen.

Ook ik was ooit een duimende jongvolwassene. Op mijn linkerduim zit nog steeds een aandenken aan mijn bijkans onsterfelijke innerlijke kind. Het is een zacht rond plekje. Een fluwelige vleesrotonde. En in het midden van de plek zitten twee deukjes die mijn voortanden hebben achtergelaten.

Ik stopte pas met duimen op mijn vijfentwintigste. Voornamelijk omdat ik het verbergen zat was. Stoppen is wat dat betreft makkelijker dan verbergen.

Verbergen begint altijd onschuldig, maar voor je het weet leid je een dubbelleven. En dan leef je twee levens, maar je hebt maar één hart. Niets kan een mens zo uitputten als de hedendaagse verbergzucht.

Het grote probleem is natuurlijk gewoon dat duimen nog zo'n taboe is. Het schijnt dat één op de tien volwassenen duimt, maar toch voelt een duimzuiger zich verschrikkelijk allenig.

De eerste keer dat ik iemand op televisie zag duimen, was in Turks Fruit. Olga duimt. De mooiste vrouw uit de Nederlandse literatuur duimt. Olga is zo verrukkelijk kinderlijk. Met die grote ogen. Olga wil alles zien. Ze wil het leven vangen en als ze het gevoel heeft dat ze het leven heeft gevangen, stopt ze een duim in haar mond.

De duim fungeert als een kurk. Ook als ze slaapt. Olga heeft een duim in haar mond, omdat ze niet wil dat de dromen uit haar hoofd ontsnappen.

Ik werd rustig van duimen. Mijn duim was een doosje bètablokkers. En als ik bang of verdwaald was, was mijn duim mijn slakkenhuis. Dan kroop ik in mijn duim en was ik voor heel even onverwoestbaar. En als ik pijn had, als de onverwoestbaarheid aan diggelen lag, was mijn duim een traumahelikopter.

Overigens waren mijn ouders geen liefhebbers van mijn gesabbel en mijn gelurk. Ik weet nog goed dat ik op mijn tiende mijn duim een paar keer per dag in een pot marmelade moest dopen. En op mijn twaalfde moest ik voor het slapen gaan de twintig jaar oude keepershandschoenen van mijn vader aantrekken. Maar mijn liefde voor de duim was onwankelbaar. Leek onwankelbaar.

Ik kijk naar de vrouw die op de voorkant van de zaterdagbijlage staat. Ze duimt. Net als Olga. Ze geniet. Net als Olga. De vrouw zuigt op een vinger die van Turks fruit lijkt te zijn gemaakt. Zoete troost. Ze heeft een duim in haar mond, omdat ze niet wil dat de dromen uit haar hoofd ontsnappen.

Reageren? james@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden