Lezersbrieven

'De mogelijkheid van een normale discussie is een gepasseerd station'

'Lesgeven is de leerlingen hun zin geven omdat de leraar en lerares nog een leven willen na de school' schreef Theodor Holman afgelopen donderdag in zijn column. Twee lezersbrieven als reactie hierop.

'Het is een wonder dat er nog jonge mensen zijn die zich tot docent laten opleiden' Beeld anp

Voor spek en bonen

Als je ervan uitgaat dat iedereen zo is als Theodor Holman, dan kun je inderdaad concluderen dat praten niet zal helpen. Maar godzijdank is niet iedereen zo. Mijn kinderen zijn in elk geval niet zo en daarom ­reageer ik graag op zijn column 'Praten op school' van afgelopen donderdag.

Ik geef al ruim 30 jaar les aan de kinderen waar Holman in zijn ­column op doelt, vmbo-leerlingen van voornamelijk niet-Nederlandse afkomst. Kinderen die volgens hem niet willen praten, die je bedreigen, die je dagelijks vernederen.

Ik begrijp niet waar hij de wijsheid vandaan haalt dat kinderen niet willen praten (om over zijn andere kwalificaties nog maar te zwijgen). Elke ochtend begin ik mijn les met een minuut of tien 'roddelen'. Dan bespreken we in de klas een onderwerp, een actualiteit of iets anders, en iedereen mag zijn mening zeggen.

We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar een mening moet wel met argumenten ondersteund worden. Het zijn interessante gesprekken waarbij allerlei niet politiek corrects de revue passeert.

Kinderen snakken ernaar om iets te mogen zeggen! School is voor hen de link met de samenleving en zodra kinderen het gevoel hebben dat ze iets mogen zeggen ontstaat er interesse.

Ik voel me eerlijk gezegd nogal beledigd door Holman. Alsof ik een of andere dorpsidioot ben die een beetje voor spek en bonen voor de klas staat.

Nee, het is niet altijd even fraai wat ik hoor, maar zonder uitwisseling heeft een kind geen idee hoe zijn eigen mening zich tot de buitenwereld verhoudt. En zo sparren we over wat een kind thuis hoort, in vaak felle gesprekken.

Trudy Coenen, Amsterdam

Wespennest

De integratie is al mislukt vanaf het moment dat de eerste migranten naar Nederland kwamen en, korte tijd later, hun gezinnen lieten overkomen. Dat heeft autochtoon Nederland in de allereerste plaats aan zichzelf te danken.

Onze autoriteiten vonden het niet nodig de nieuwkomers kennis te laten maken met onze cultuur. Van gedwongen inburgering kon absoluut geen sprake zijn en allochtonen die het niet nodig vonden onze taal te leren, mochten niet onder druk worden gezet. We moesten vooral hun integriteit respecteren en begrip tonen voor hun gewoonten.

De tweede generatie is in diezelfde gesloten sfeer opgegroeid. Hun kinderen, de kleinkinderen van de oorspronkelijke migranten, vormen de derde generatie en volgen nu lager en voortgezet onderwijs. Die kleinkinderen zijn op hun beurt het product van hun opvoeding.

Docenten worden nu geconfronteerd met leerlingen die van huis uit nauwelijks in contact zijn gekomen met hun autochtone leeftijdgenoten. Zij zijn opgegroeid in een sfeer van onbegrip en afwijzing van de Nederlandse cultuur.

Theodor Holman heeft gelijk; lesgeven is overleven geworden en wie de allochtone leerling zijn zin niet geeft, is zijn of haar leven niet zeker.

Van de schoolleiding hoeft de docent ook niet al te veel ondersteuning te verwachten. Het is een wonder dat er nog jonge mensen zijn die zich tot docent laten opleiden en de moed tonen zich in een dergelijk wespennest te wagen.

Holman schetst, terecht, een zeer somber beeld. De mogelijkheid van een normale discussie in de schoolklas is een gepasseerd station.

Gosling Wiersma, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden