Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De menselijke geest helpt soms door ons weer dommer te maken

PlusTheodor Holman

Zijn vader was in zijn slaap gestorven. Hij moest nu naar zijn moeder die er niets van zou begrijpen. Ze waren in het tehuis al op de hoogte.

“U ook gecondoleerd,” zei een aardige zorgmedewerker.

“Hoe is het met haar?”

“Het is spelletjesochtend.”

Hij liep de gemeenschapsruimte in en zag zijn moeder. Een jong meisje dat hij nog niet kende, zat naast haar en vroeg: “Hoeveel heeft u nou gegooid?”

“Ja, gegooid…,” zei z’n moeder.

“Maar hoeveel? Zullen we samen tellen?”

“Ja…”

Hij wilde dit eigenlijk niet zien. Hij wilde hier trouwens helemaal niet zijn. Toch ging hij naast z’n moeder zitten. Hij knikte naar het jonge meisje.

“Kijk eens, daar is uw zoon. Hij wil heel graag met u verder spelen.”

“Ja, dat is leuk,” zei z’n moeder die nog niet naar hem gekeken had.

“Dag mam,” zei hij.

“Dag Tom,” zei ze.

“Nee, ik ben het Erik. Tom komt vanmiddag.”

“Ah ja… Waar is Erik?”

“Ik ben Erik.”

Het had geen zin. Hij merkte dat hij sowieso niet wist hoe hij moest vertellen dat haar man dood was.

“Je hebt een vier gegooid,” zei hij, “dan gaan we met je pion vier vakjes vooruit.”

Hij zag haar gekromde vingers.

“Nee, je moet vooruit, mam… Vier… vooruit,” zei hij, “nee mam, jij gaat nu achteruit.”

“Eén, twee, drie vier,” telde ze.

Hij liet de pion staan.

De dobbelsteen lag op het bord en hij voelde schroom om hem te pakken. Hij wachtte de reactie van zijn moeder af. Keek ze hem angstig aan?

“Mamma?” zei hij.

“Wat zegt u?”

“Nu ben ik aan de beurt.”

Hij rolde de steen rustig over de tafel. Ze herkende hem dus niet.

“Een drie,” zei hij, en hij verplaatste de pion drie vakjes. Ze toonde geen interesse.

Dat was misschien wel goed. Haar man was gewoon verdwenen. Opgelost. Zij zou er niet eens verdriet van hebben. Niet het verdriet wat hij had. De menselijke geest helpt soms door ons weer dommer te maken.

“Nu moet jij gooien, mam.”

“Geen zin meer,” zei ze.

“Hoeft ook niet. Wat wil je?”

“Het weer.”

“Het weer? Wat bedoel je, mam.”

“Het weer kijken.”

Zijn moeder stond op. Hij ondersteunde haar. Even later zaten ze voor de televisie en keken ze naar cartoons. Rare wezens die elkaar pijn deden.

Hij wilde weg, maar bleef toch zitten. Hij zou het de komende dagen druk krijgen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden