Column

De mannen hebben elkaar lief met de handrem erop

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

null Beeld Agata Nowicka
Beeld Agata Nowicka

Hij zwaait zijn vriend uit. Ze knuffelen met elkaar, maar het is niet genoeg. Ik heb sowieso nooit begrepen waarom er op Schiphol geen kamertjes zijn waar geliefden afscheid van elkaar kunnen nemen.

Een tante zwaai je uit, een buurman zwaai je uit, maar van een geliefde neem je afscheid. Iemand gaat weg en iemand blijft achter. Er zouden afscheidshokjes op Schiphol moeten staan. Rot op met je knuffelen en rot op met je hand­kusjes blazen.

Ook ik zwaai mijn vrouw uit. Ze gaat naar Milaan. Ik zwaai haar uit, maar ik wil meer. Ik wil haar uitzwaaien met iets wat geen vingers heeft. Ik wil dat ze mij ruikt als ze geland is. Dat ze onze seks als een parfum draagt. Maar ja, ik zwaai gewoon, totdat ze uit zicht is.

En als ze uit zicht is, zwaai ik nog eventjes door, want een volwassen vrouw kan voelen of haar man wel of niet aan het zwaaien is. Ik zwaai door en kijk ondertussen naar de mannen. Ze hebben het moeilijk. Ze vechten tegen de tranen, maar de tranen zijn met meer. En wat volgt is een oncontroleerbare omhelzing bij de paspoort­controle.

Ze willen elkaar niet loslaten, niet nu, niet in deze wereld, die vol zit met mensen die haten wat ze niet begrijpen. Er zijn mensen die niet willen zien dat twee mannen met elkaar zoenen. En als ze hand in hand over straat lopen, kan dit de levenslijnen in diezelfde handen aanzienlijk verkorten.

Dus hebben ze elkaar lief met de handrem erop. Ik hou soms mijn buik in, maar deze mannen houden hun hart in. Ze verstoppen hun gevoelens. Ze plakken een pleister op iets wat helemaal geen wondje is.

De thuisblijver zegt dat het oké is, de reiziger knikt. Ik wil ze zien tongzoenen. Ik wil handen in broeken zien verdwijnen. En ik wil voor ze klappen, want wat voor mij normaal is, zou ook voor hen normaal moeten zijn.

De thuisblijver zwaait. Zijn zwaai is mooier dan mijn zwaai. Ik zwaai met hem mee. De reiziger staat aan de andere kant van de douane met zijn paspoort in de lucht.

"Ga je mee wat drinken?" vraag ik aan de thuisblijver.

"Maar ik heb een vriend."

"En ik heb een vrouw, maar volgens mij hebben wij elkaar even nodig."

"Hoezo?"

"Gewoon, deze wereld."

"Ja, deze wereld. Een man luistert naar zijn hart en iedereen die geen oorarts is, zegt tegen hem dat hij slechthorend is."

"Ik hoor je. Godverdomme, ik hoor je."

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden