Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

De man zag er niet uit als een ervaren bankjeszitter

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik keek naar een man die op een bankje zat.

Ik zat zelf ook op een bankje, schuin tegenover hem aan de andere kant van het water van de Oosterringdijk. Het was een man op leeftijd, en hij keek niet naar mij, hij keek recht voor zich uit.

Het leek erop dat hij door zijn vrouw voor een paar uur naar buiten was gedelegeerd. Om haar niet voor de voeten te lopen. Voorjaarsschoonmaak. Bestaat dat nog, de grote voorjaarsschoonmaak? Ik denk dan meteen aan de mattenklopper. Aan het geluid van de mattenklopper die neerkomt op over de waslijn gehangen kleden.

Maar misschien was het een man die net zijn vrouw had verloren, en die het thuis niet meer uithield. Of hij was een man alleen die maar eens had besloten met dit lekkere weer eens op een bankje te gaan zitten. Hij zag er in elk geval niet uit als een ervaren bankjeszitter, dat was wel duidelijk. Hij zat niet wat onderuitgezakt, en met zijn gezicht een beetje hemelwaarts gekanteld om van de zon te genieten.

Hij zat rechtop, zodat zijn vader hem niet kon corrigeren, en met zijn armen over elkaar voor zijn borst naar het water te kijken.

Onwennig, zo zag het eruit. Alsof hij ook nooit had geleerd van de zon te genieten.

Zijn fiets stond naast het bankje op de standaard. In het zicht. Ik kon niet zien of hij zijn fiets op slot had gezet. Onder de snelbinders dacht ik een regenjas te ontwaren. Een man die ook met een strakblauwe hemel goed voorbereid op pad gaat.

Na een tijdje stond de man op, en liep naar het water. De twee eenden die op het oevergras lagen te soezen plonsden in het water. De man stak een hand op alsof hij zich wilde verontschuldigen voor het verstoren van de rust.

De man keek heel lang in het water. Ik dacht aan de scène uit The Abyss, waar tegen het einde uit het rustige water een enorm ruimteschip omhoogkomt.

Maar dit water verroerde zich niet. De man bukte zich, raapte een stokje op en gooide dat in het water. De eenden reageerden er niet op. Hij maakte een wegwerpgebaar, liep terug en ging weer op het bankje zitten.

Uit de zak van zijn blauwe jack haalde hij een plastic zakje. En uit het zakje haalde hij dingen die hij met zijn twee duimen brak. Doppinda’s. Middagen bij mijn opa en opa. Een uitgespreide krant op de eettafel, een zak doppinda’s erover uitgestrooid. En maar kraken (de rode velletjes niet opeten, want daar kreeg je volgens oma enge ziektes van).

De man hield het lang vol op het bankje. Ik wilde eigenlijk zien hoe hij weer opstapte, maar daar had ik de tijd niet voor. Ik stond op en liep verder. Ik keek nog een keer om.

Als dit een film was, zou hij zich hebben overgegeven, en had ik hem met zijn ogen dicht zien genieten van de zon. Maar dat was niet zo. Hij keek nu zelfs wat bozig recht voor zich uit.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden