Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

De man wil geen koffie: ‘Zonde van het geld’

PlusFemke van der Laan

“Blijf je wel je best doen?” Naast me stopt een man. Hij is op de fiets. Zijn handen knijpen hard in zijn remmen. Ze komen bijna tegen zijn stuur aan. Hij houdt ze zo, ingeknepen, ook als hij helemaal stilstaat.

Ik zit op een bankje. Aan de gracht. Met een papieren beker met koffie. Er is geen sprake van mijn best doen. Toch zeg ik ja. “Altijd. Jij ook?”

In het jawel dat de man antwoordt, hoor ik de maar aankomen.

“Jawel. Maar de mensen werken niet mee.”

“Dan laat je de mensen.”

“Ik ben zwerver. Ik heb de mensen nodig.”

Ik knik. Dat begrijp ik.

“Maar ze willen niet meewerken.”

Ik knik nog een keer. De man kijkt sip. Even denk ik aan school. Aan hoe het voelde als je moest samen­werken, maar de anderen niet deden wat jij wilde. ­Terwijl je plan zo goed was.

“Verderop zitten ook mensen. Ik vroeg of ze wat over hadden. Ze antwoordden niet eens.” De man kijkt opzij. De straat in waar hij net reed. Waar de zwijgende mensen zitten. Ik steek mijn hand in mijn zak, ga met mijn vingers heen en weer. Ik voel de sleutelbos. Een pepermuntje.

“Zal ik een koffie voor je kopen?”

“Ben je gek. Dat is veel te duur. Als ik koffie wil, ga ik wel naar de Albert Heijn op de Wibautstraat.” Zijn rechterhand laat de rem los en hij wijst in de richting van de supermarkt. Daar. Met zijn arm maakt hij een boog. Alsof hij over De Nederlandsche Bank zou fietsen om er te komen. “Zonde van het geld.”

Mijn koffie staat naast me. Ik vraag me af of de man het bekertje gezien heeft. Als het geen koffie was, zou ik erop gaan zitten. Maar het is wel koffie. Ik leg langzaam mijn hand op het bekertje.

“Laatst was er iemand die vroeg of ie twee croissantjes voor me moest kopen. Heb ik ook voor bedankt. Weet je hoeveel croissantjes ik kan kopen voor dat geld?” Hij wijst weer in een boog, de bank over. Ik zeg dat ik het niet weet. De man begint te rekenen. Met twee dure croissantjes en de croissantjes van de supermarkt. Ik bedenk dat hij een goede bankier zou zijn. Zuinig met het geld van anderen.

“Zeven croissantjes. Voor dat geld. In plaats van twee.”

“Maar je mag jezelf toch best eens laten verwennen?”

“Nee. Het is zonde.” De man laat zijn linkerrem los. Zijn fiets beweegt naar voren. “Je moet je best blijven doen.”

Dan stapt hij op.

Ik laat mijn hand nog een tijdje op de beker liggen. 

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden