Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De man kwam al lallend dichterbij

PlusMaarten Moll

De Bootstraat, daar moest ik zijn.

Nog nooit van gehoord, van de Bootstraat. Nooit geweest ook.

Maar ik moest erheen. Een belangrijk pakketje op­halen.

Het is een korte, licht aflopende straat, tussen de Grote Wittenburgerstraat en de Wittenburgerkade. Met aan weerszijden woonblokken. Als je de naam uitspreekt ben je er al doorheen.

Het is een anonieme straat (vooral als later blijkt dat er al jaren een kopstuk van de ’ndrangheta schijnt te hebben gewoond), en zal geen schoonheidsprijs winnen.

Ik belde aan, kreeg mijn pakketje. Stopte het meteen onder mijn jas.

Net toen ik mijn fiets van de sloten wilde halen, zag ik de man de hoek om komen.

Nadat ik hem al had gehoord.

Hij zong een lied van Bob Dylan. Nou ja… zingen kon je het eigenlijk niet noemen. Hij lalde het. Hij lalde Idiot Wind in zijn eigen woorden. Het klonk onheilspellend.

Ik rook hem ook toen hij dichterbij kwam.

Hij hield de huizen vast. Met zijn hand ging hij langs de muur, zoals je het kinderen ook weleens ziet doen, soms met een stuk stoepkrijt in de hand.

Maar deze man deed het om houvast te vinden.

Zonder te zwalken, al zat er dan ook weer niets ­elegants in zijn manier van voortbewegen. Hij had wel een raar loopje, het leek alsof hij op schoenen liep die niet van hem waren.

In zijn andere hand hield hij een halveliterblik Klokbier.

Zo naderde de man me.

Ik sloeg toch een arm voor mijn borst om het pakketje te beschermen.

De man was in kennelijke staat, om half twee in de middag. (Ligt het aan mij, of zie ik langzamerhand weer meer dronken mensen op straat?)

Volgens mij had hij ook sterker spul op, dat me aan oom Gerard deed denken die we een keer in het voorraadhok hadden gevonden. Hij lag op zijn rug en op zijn borst stond een lege fles Strohrum. Zijn trui was doordrenkt met de drank. Hij lachte in zijn bewusteloosheid, en zou nooit weer de oude worden. (Ik heb hem nog geregeld met die trui aan gezien, een rood-bruin-oranje gestreepte, en heb er ook nog aan weten te ruiken. Witte Reus, meende ik, maar het verhaal raakte hij met die misleidende geur niet meer kwijt.)

De lallende man, ik meende nu toch duidelijk de woorden ‘you’re an idiot, babe’ te verstaan, liep me straal voorbij.

In films zijn dit de beste undercoveragenten. Of dieven.

De man verdween lallend om de hoek, en kwam ook meteen weer terug. Hand aan de bakstenen.

Ik fietste snel in de tegenovergestelde richting weg, voelend of mijn pakketje nog onder mijn jas zat.

You’re an idiot’, meende ik nog te horen.

Dit gebeurde in de Bootstraat.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden