Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De man droeg het oerlelijke tenue van 1988 en schreeuwde: ‘Marco van Basten!’

PlusMaarten Moll

Maandagochtend.

Ik zat in de tram richting binnenstad. De regen liep langs de ramen naar beneden en ik gaf twee druppels de namen Max en Lewis en was benieuwd wie als eerste beneden zou zijn.

Een auto reed veel te hard door een plas water; het omhoogspattende water raakte bijna een fietser. Ik zag nog net een vuist de lucht in gaan.

Het ging traag met de coureurs, er stond een wind die niet meewerkte.

Ik telde de paraplu’s buiten en was verbaasd dat er niet één zwarte tussen zat.

Richard Brautigan heeft een heel mooi, klein stuk geschreven over paraplu’s. ‘Ik heb paraplu’s nooit kunnen doorgronden want het kan me niet schelen dat ik nat word.’ Brautigan de filosoof: ‘Weten paraplu’s wanneer het gaat regenen?’

Wel van die modieuze zwarte regenjassen.

Vandaag begon de zomer.

Lewis had allang gewonnen, ook de revanche-race, toen op de Sarphatistraat een man de tram in kwam. Hij had een lange plastic regenjas aan waar je doorheen kon kijken.

Dat was denk ik ook de bedoeling.

Hij had een oranje shirt aan, en een oranje korte broek. Oranje sokken, hoog opgetrokken. Zwarte sneakers.

Hij ging niet zitten. Hij spreidde zijn armen, hij opende zijn mond. Hij schreeuwde.

“Mensen!”

En toen iedereen keek:

“Marco van Basten!”

En hij klapte zes keer in zijn handen het bijbehorende ritme.

En nog een keer.

“Marco van Basten!”

De man droeg het oerlelijke tenue van 1988.

Mensen wendden zich af.

“Marco van Basten!”

De man zag er blij uit.

“Kom op mensen, niet zo chagrijnig, doe es effe lekker mee!”

Natuurlijk. Het was vandaag 33 jaar geleden dat Nederland op het EK van West-Duitsland won.

Het was de halve finale, maar we waren al kampioen.

Na een polonaise door een halfvolle pizzeria in de Eerste Oosterparkstraat – een verbijsterde ober liet met open mond een fles wijn over zijn schoenen lopen – fietsten mijn broers en ik naar het Leidseplein. Net als alle andere Amsterdammers.

Uren hebben we er staan juichen. Staan schreeuwen. Uitzinnig, vrolijk, onvermoeibaar.

Diep gelukkig.

“Marco van Basten!”

(Ik heb nooit een andere naam vaker uitgesproken.)

Er ging een fiets de lucht in, die al crowdsurfend over de hoofden ging. Iedereen wilde de fiets aanraken.

De man in de tram spreidde nog maar eens zijn armen. Draaide zich om ook de andere helft van de tram te bedienen.

Hij droeg het rugnummer 12. Uiteraard.

“Marco van Basten!”

Een kind begon te huilen.

“Wil Marco van Basten ook even gaan zitten!” riep de trambestuurder.

Vlak voor het Leidseplein stapte ik uit. Zonder paraplu.

Toen de tram weer optrok, kwam de man voorbij. Ik zag dat hij met een driekleurenstift de Nederlandse vlag op zijn wang streepte.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden