null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

De man die mij bedreigde zei niet één keer sorry

PlusLale Gül

Vorige week woensdag zat ik klaar om de 19-jarige jongeman die mij zeven maanden geleden met de dood heeft bedreigd voor de rechter te horen spreken. Hij is een van de zovelen die zich aan die zonde gewaagd hebben, maar wel de enige die volgens de politie gevaarlijk genoeg was om gearresteerd en vastgezet te worden.

Ik wist van tevoren niet wat ik moest verwachten, ik had de verdachte nooit eerder gezien. Wat voor persoon zou hij zijn? Hoe ziet een bedreiger eruit? Als een verveelde puber, een potentiële terrorist of als een psychopaat? Zou hij zijn spijt betuigen en zeggen dat hij strontlazarus was toen hij het deed? Zou hij uit schaamte z’n hoofd buigen en zeggen dat het onderdeel van een weddenschap was met zijn vrienden? Een traantje laten, omdat hij zo dom was geweest en nu voorgoed een strafblad heeft en waarschijnlijk z’n ouders heeft teleurgesteld? Zou hij toegeven dat hij geradicaliseerd is en hulp vragen?

Helaas, geen van bovenstaande gebeurde.

De rechter somde alle feiten op: de verdachte werd verhoord wegens het sturen van foto’s van geweren vanuit meerdere accounts, het bewerken van mijn foto’s met bakstenen, het sturen van IS-filmpjes en het bedreigen van twee andere mensen met een onwelgevallige mening die ‘zijn geloof beledigen’. De verdachte zat de hele zitting lang achterovergeleund, met de armen over mekaar heen en keek vooral verveeld. Zijn onverschillige houding haalde na drie uur het bloed onder mijn nagels vandaan. Niet één keer sprak hij verstaanbaar of in een volzin. Niet één keer hoorde ik een sorry.

De rechter bevroeg hem: waarom had hij dit gedaan? Nadat we de verdachte voor de dertigste keer niet verstonden, omdat hij consequent weigerde in de microfoon te praten, hoorden we een aantal keer: ‘domme grap’. “Het was een domme grap?” “Ja.” “Wat vond je er grappig aan?” Het antwoord wederom onhoorbaar en daarna: “Weet ik niet.” “Je hebt vrienden gewaarschuwd een VPN te gebruiken bij het bedreigen, dus je wist dat je met iets strafbaars bezig was?” “Weet ik niet.” “Je hebt gezegd van een vrouwelijke medewerker een seksslaaf te maken en haar keel door te snijden als je voorlopige hechtenis verlengd wordt, klopt dat?” “Nee, dat was in het Turks,” verklaarde hij, meer mompelend dan pratend. “Klopt dat dan niet?” We hoorden een binnensmondse, haast onhoorbare ‘nee’.

Enfin, de verdachte komt zeer waarschijnlijk vrij.

Wat als hij me opzoekt? Of wat als er nog zo’n jongen buiten loopt die wel de daad bij het woord voegt? Is het mijn vrijheid die stopt waar zijn vrijheid begint of is het mijn veiligheid die stopt waar zijn bedreiging begint?

Beide zijn waar, hoewel ik liever over vrijheid droom dan om veiligheid wakker lig. Dat zal voor hem denk ik niet anders zijn.

Lale Gül schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? l.gul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden