Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

De maker had maar één blauw krijtje

Plus Femke van der Laan

Ik heb de tekening uitgerold. De tekening met de ­jongste erop. Het is een portret, in zwart en wit en grijs. En blauw. Voor de ogen. Afgelopen zomer lieten we hem maken in Parijs. Op een ochtend, vroeg, bij de eerste kunstenaar die zijn ezel uitklapte. De jongste had de avond ervoor om de portretschilders heen gecirkeld, op het plein vlak bij ons logeeradres. Hij had ze een voor een bekeken. Zijn blik ging telkens van het papier naar de stoel en weer terug. Hij vond het knap, dat het zo leek. Hij wilde het ook.

“Dan hoef ik niets voor mijn verjaardag.”

Vijf dagen later zou hij jarig zijn. Er was al een cadeau. Dat wist hij ook.

“Dan hoef ik niets voor Sinterklaas.”

Ik had geluid gemaakt, maar niets gezegd. Het was een hum geweest die nog alle kanten op kon.

Ik heb er een stilleven mee gemaakt op de eettafel. Op elke hoek van het papier, dat sinds de zomer als een rol in zijn vensterbank lag te wachten, heb ik iets neergezet. Iets zwaars. Een kandelaar, de fruitschaal, een fles wijn en een boek. Daartussen zie ik twee blauwe ogen. Het is niet het blauw van de jongste. De maker had maar één blauw krijtje.

Ik kijk naar het gezicht. Alles klopt. De haren, de neus. De wenkbrauwen. De oren en de kin. De mond herken ik ook. Dit is hoe zijn lippen eruitzien. Toch lijkt het portret niet. Het is hem niet.

Ik vraag me af hoelang hij zo op tafel moet blijven ­liggen. Hoelang het duurt voor hij niet meer oprolt. Ik schuif de spullen nog iets meer naar de hoeken. Dan hou ik mijn vingers tussen mijn ogen en de ogen op het papier, mijn wijsvingers en mijn middelvingers halverwege, zodat ik de ogen met de andere kleur blauw niet meer kan zien. Ik wil weten of het daardoor komt, of het daaraan ligt, aan die verkeerde kleur. Of het hem zonder die ogen wel is.

Ik kijk weer naar de oren en de kin en de wenkbrauwen. Naar hoe alles klopt. Het is hem nog steeds niet.

De mensen op het plein, die op hun beurt om de tekenaar en de jongste hadden gecirkeld, hadden geknikt. Ze vonden het knap, dat het zo leek. Ze wilden het ook. Ze kenden zijn gezicht niet goed genoeg.

Ik laat mijn vingers weer zakken.

Later zal hij lijken. Als het portret niet meer uit zichzelf oprolt, en dan nog een beetje later, als ik zijn gezicht van nu niet meer goed genoeg ken. Zo was hij, zal ik dan denken. Behalve dat blauw, dat klopt niet. Dat is de verkeerde kleur. Maar de maker had maar één blauw krijtje.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden