Opinie

‘De leus ‘Nederland kennisland’ wordt een aanfluiting’

De NWO en universiteiten houden elkaar in een wurggreep, aldus assistent-professor Maikel Kuijpers. ‘De wetenschap zit in een spagaat waar jong talent de dupe van is.’ 

Het Microbiologisch Lab van VUmc. Beeld Jean-Pierre Jans

Jonge wetenschappers en hun precaire positie krijgen volop aandacht van universiteiten en de Nederlandse ­Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 Onlangs liet de NWO nog vol trots weten dat ze de DORA-verklaring ondertekent: een wereldwijd initiatief ter verbetering van onderzoeksbeoordelingen. Minder afrekening op publicaties en citaties (aanhalingen), meer aandacht voor de kwaliteiten van de onderzoeker.

Maar wanneer het aankomt op onderzoeksaanvragen beoordeelt NWO als eerste de ­arbeidsovereenkomst van de aanvrager. Geen vast contract? Geen aanvraag. Daarmee ­verslechtert de positie van jonge wetenschappers alleen maar. Substantiële beurzen van NWO zijn grotendeels ontoegankelijk. 

Naast de farce met inbeddingsgaranties voor de VIDI-beurzen is ook de Nederlandse Wetenschapsagenda (NWA) niet meer haalbaar voor onderzoekers met een tijdelijke aanstelling.

De NWA is bedoeld om onderwerpen aan te pakken met hoge maatschappelijke relevantie en om samenwerking te promoten over vakgebieden heen. Dat is een prachtig initiatief en vooral aantrekkelijk voor geëngageerde jonge onderzoekers die na een aantal jaar postdoc ervaring graag hun vleugels spreiden en buiten de veilige lijntjes van hun vakgebied willen werken. Wat verlangen ze nog meer? De mogelijkheid om de aanvraag in te kunnen dienen.

Senior bij betrekken

Op de overgang van 2018 naar 2019 heeft de NWO de call for proposals voor NWA-programma’s aangepast en een clausule toegevoegd: de penvoerder moet aangesteld zijn gedurende de looptijd van het aanvraagproces en het beoogde project.

Dat overtreft de VIDI, want zelfs de belofte van inbedding in een groter project voldoet hier niet. De looptijd van de projectaanvraag is ruim een jaar. Een gemiddeld project duurt vier jaar. Een aanstelling van ruim vijf jaar is dus vereist om überhaupt een aanvraag in kunnen dienen. Dat is een vaste aanstelling.

Om de NWA-beurs toch aan te vragen, kan een jonge wetenschapper niet anders dan er een senior in vaste dienst bij te betrekken. De onderbouwing van het consortium zal er veel interessanter op worden. “Prof. Brievenbus is betrokken bij het project, omdat iemand het geld aan moet nemen.”

De subsidie stroomt vervolgens via de penvoerder binnen, niet via het voetvolk. Daarmee verliezen jonge talenten wéér een stok achter de deur om een vaste positie af te dwingen. Er is weinig reden voor de universiteit om de mede-aanvragers – die van het NWO geen medeaanvragers mogen heten omdat het ‘teamscience’ is – een vaste baan te geven. De kans is groot dat zij slechts aangesteld worden voor de duur van het project.

En zelfs dat gaat moeizaam. Faculteiten vrezen aanstellingen met een open einde, omdat zij verantwoordelijk zijn gemaakt voor het wachtgeld bij afloop. Met als gevolg risicomijdende bedrijfsvoering die vooral jonge onderzoekers raakt.

NWO en universiteiten houden elkaar in een wurggreep. Slechts een vast contract geeft kans op onderzoeksgeld, slechts onderzoeksgeld kans op een vast contract. NWO wijst naar universiteiten, contracten zijn immers universitair beleid. Universiteiten wijzen naar NWO en naar de regering. Te weinig structureel geld, te veel afhankelijk van tweede en derde geldstromen. In die spagaat zit de Nederlandse wetenschap en vooral jong talent is de dupe.

Uitstel van executie

Bij gebrek aan opties rest slechts een volgende kortdurende aanstelling om les te geven of mikken jonge academici op uitstel van executie via kleine kortdurende onderzoeksaanvragen. Werk dat nauwelijks bijdraagt aan hun carrière, laat staan aan wetenschapsontwikkeling. Minstens de helft van de tijd gaat op aan het zoeken naar de volgende werkplek of het schrijven van weer een aanvraag voor kruimels die overschieten voor hen zonder vaste plek.

Totdat we eieren voor ons geld kiezen. En dat is precies waar NWO en de universiteiten met hun huidige beleid op lijken te sturen. Vermindering van de aanvraagdruk gaat boven kansen voor jonge onderzoekers. De leus ‘Nederland kennisland’ wordt zo een aanfluiting.

Universiteiten moeten snel betere loopbaanbegeleiding opzetten voor jong talent. De NWO moet zichzelf achter de oren krabben en bedenken hoe ze voorstellen op hun wetenschappelijke merites kan beoordelen in plaats van op de positie van de indiener. 

Zo krijgen vernieuwende ideeën en uitdagende onderzoeksvoorstellen een eerlijke kans krijgen om het daglicht te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden