Plus Column

De letters beginnen te dansen voor mijn ogen

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Mooie herinneringen heb ik aan de tijd dat ik student was en hele dagen in de bibliotheek doorbracht. Meestal zat ik op de stoffige zolder van de afdeling filosofie. Maar mijn scripties schreef ik op de Kloveniersburgwal met uitzicht op de Zuiderkerktoren - als de klok luidde, had ik pauze.

Hoe verschillend de plekken ook waren, de bezoekers waren altijd in twee categorieën te delen. De ene groep wilde graag in opperste concentratie werken terwijl de andere de bibliotheek vooral zag als ontmoetingsplaats. Zoals het een goede student betaamt, behoorde ik soms tot de ene categorie en soms tot de andere.

De leeszaal in de monumentale bibliotheek op het Roelof Hartplein brengt deze mijmeringen boven, hoewel deze plek een tikje chiquer is dan ik destijds gewend was. Door de roodfluwelen gordijnen, de lambrisering en de donkere bureaus heeft de ruimte iets van een herensociëteit. In de hoek van de ruimte is een koffiebar mét personeel, ze verkopen ook broodjes.

Ik ga zitten aan een grote ovale leestafel in het midden. De mensen aan tafel zijn, zoals dat gaat als er kranten gelezen worden, allemaal oud. Ze dragen leesbrillen en hebben linnen tasjes bij zich. Eén man verzamelt uitsluitend overlijdensadvertenties om ze vervolgens te kopiëren.

Net als ik aan een verse ochtendkrant wil beginnen, legt een man naast mij zijn hand op de krant. We kijken elkaar ongemakkelijk aan. Ik was eerder, en de man weet het, maar toch kijkt hij me lang aan in de hoop dat ik opgeef. Dan zegt hij: "Ik neem hem wel na jou."

Tijdens het lezen van de krant voel ik zijn ogen in mijn zij priemen, alsof hij controleert of ik wel echt lees. Ik leg demonstratief mijn vinger onder de zinnen. Ik probeer me te concentreren, kijk geen moment op, ook niet als ik ineens de onweerstaanbare geur van gesmolten kaas ruik. (Verkopen ze hier tosti's?) De letters beginnen te dansen voor mijn ogen, ik kan alleen nog aan eten denken.

Lezen lukt niet meer, maar ik durf nog steeds niet op te kijken, bang dat de krant onder mijn handen vandaan wordt gegrist.

Twee mannen tegenover me beginnen een gesprek, ik luister terwijl ik naar de pagina's blijf staren.

"Jij had het van de week toch zo koud?" zegt de een.

"Ja," antwoordt zijn vriend.

"Hier staat dat we voor het eerst nachtvorst hadden."

"Dat zou goed kunnen, want ik had van de week ook voor het eerst de kachel aan."

"Dat kwam waarschijnlijk door die nachtvorst."

"Hoeveel graden was het?"

"Kijk maar zelf, hier staat het."

Samen buigen ze zich over de pagina, en voor ik het weet, kijk ook ik op. Midden in een getekende thermometer staat het verlossende antwoord: -0,6 graden.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden