Opinie

‘De lange arm van Iran bedreigt onze westerse waarden’

De Nederlandse overheid moet het Iraanse regime scherper veroordelen, stelt criminoloog Bart Collard. ‘Despotisme verdient geen respect, maar afschuw en bestrijding.’

Minister Sigrid Kaag ontmoet de Iraanse president Hassan Rouhani.Beeld EPA

Op 25 september 2020 vond in De Balie de Nacht van de ­Dictatuur plaats, ditmaal een avondprogramma over ‘de lange arm van Teheran’. Er werden drie recente Nederlandse voorbeelden van die lange arm behandeld: de moordaanslag op Ali Motamed in Almere in 2015, de moordaanslag op Ahmad Mola Nissi in Den Haag in 2017 en de aanslag in Leeuwarden in 2020, waarbij Sadegh Zarza zwaargewond raakte.

Cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi wees er in De Balie echter op dat Iran de afgelopen jaren zestig politieke dissidenten heeft vermoord op het grondgebied van de Europese Unie. Meerdere sprekers vertelden over martelingen of familieleden die werden gearresteerd. Toch horen we relatief weinig over hoe de lange arm van Teheran tot diep in de Nederlandse samenleving reikt. 

Die avond legde inlichtingenexpert Jelle van Buuren uit dat het voor zowel Iran als Nederland een kosten-batenanalyse is: “Individuele burgers zijn soms niets meer dan pionnetjes op het schaakbord van de grote wereldpolitiek.” Volgens Shahbazi wordt ook in Nederland heel hard geprobeerd om de betrokkenheid van Iran te verhullen, want ‘op het moment dat er druk van de media en publieke opinie op de overheid komt, verliezen ze hun speelruimte’.

Naoufal F.

Twee weken geleden liet het Openbaar Ministerie over de Leeuwardse zaak-Zarza weten dat er geen ‘aanwijzingen [zijn] dat Iran achter de aanslag zit’. Shahbazi stelde hier in De Balie terecht over: “Het is eigenlijk niet aan het OM om daar een oordeel over te hebben, want dat is het terrein van veiligheidsdiensten.” Voor het OM is een moordzaak primair een kwestie van het achterhalen wie de moord heeft begaan, eventueel in wiens opdracht, door gebruik te maken van beperkte opsporingsbevoegdheden. 

Dat brengt Shahbazi bij de aanslag op Motamed in 2015 in Almere. Shahbazi: “De rechercheurs in Almere, die mochten niet verder rechercheren dan de schutters (…) Die moesten alleen maar tot en met de schutters rechercheren. En ze zijn op eigen initiatief tot de moordmakelaar gekomen.” Die moordmakelaar was ‘mocro maffioso’ Naoufal F., alias Noffel.

Waarom gaf Noffel het moordbevel? De AIVD wijst, in haar jaarverslag van 2018, Iran aan als werkelijke opdrachtgever. Noffel was slechts een tussenpersoon. Hadden misdaadjournalist Paul Vugts en VVD’er Ulysse Ellian daar niet grootschalig aandacht voor gevraagd, was deze zaak – ondanks de uitspraak van de AIVD – mogelijk de archieven ingegaan als een liquidatie door de mocromaffia. Het leverde Ellian, tevens advocaat, overigens een absurde – tot dusver ongegrond verklaarde – tuchtklacht op, hoogstwaarschijnlijk een intimiderende actie van het Iraanse regime.

Onze overheid moet wakker worden. Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag noemde het een ‘zakelijke afweging’ om in Teheran met een hoofddoek nederig voor president Hassan Rohani te verschijnen. Dat geeft blijk van een gebrek aan moreel besef. We moeten beseffen dat Iran onze westerse waarden bedreigt, zowel met haar ideologie, als – directer – met haar lange arm.

‘Beweging van onderop’

Volgens inlichtingenexpert Van Buuren hebben we ‘een beweging van onderop nodig, of dat nou gaat om families, advocaten, journalisten of wetenschappers.’ Oftewel: druk vanuit onze samenleving zelf. Maar als, zoals Shahbazi stelt, media niet geïnteresseerd zijn in artikelen over Irans lange arm, omdat zij dan ‘geen krant verkopen’, is de hoop ver te zoeken.

Het Iraanse regime heeft een arm die tot ver in onze samenleving reikt. Toen ik Shahbazi persoonlijk vroeg waarom hij zich, ondanks alle intimidatie, dreigingen en tegenslagen, zo actief blijft uitspreken tegen het regime, reageerde hij: “Als je hebt gehoord hoe een vrouw gemarteld wordt, kun je niet zwijgen.” Voor een islamitisch, totalitair regime zoals het Iraanse zou geen plaats moeten zijn in de wereld. De Iraanse bevolking verdient een buitenlands beleid dat gericht is op de beëindiging van de terreur. Despotisme verdient geen respect, maar afschuw en bestrijding.

Bart Collard, criminoloog, promoveert aan de ­Universiteit Leiden. Hij onderzoekt de rol van ­ideologie bij islamitisch ­terrorisme.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden