Column

De kroeg die 18 jaar lang een 10 van de 9 straatjes wist te maken

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Vier jaar geleden trok ik bij mijn vrouw in. Ik verliet mijn Czaar Peterstraat voor haar Wolvenstraat.

In het begin had ik het best zwaar. Ik miste het geluid van de nachttrein en ik miste mijn slaapwandelingetjes naar de benzinepomp bij de molen. Ik miste tram 10 die als een hongerige wurgslang richting de stad gleed.

Misschien hadden mijn aanpassingsproblemen wel met de erbarmelijke reputatie van de wolf te maken. ­Jezus beschermt zijn kudde tegen wolven. En dan heb je nog Roodkapje. En de drie biggetjes. Wat dat betreft zijn sprookjes je reinste kinderbreinvergiftiging.

Het eerste wat we onze kinderen voorlezen is antiwolf­propaganda. De wolf is slecht. Heksen zijn slecht. Schaapjes zijn lief. Roodkapje en Sneeuwwitje zijn lief. Alles wat niet mooi of zacht is, is fout. Alles wat naïef is, is goed.

Uit de mond van mijn nieuwe straat hing dus een tong die speeksel op de stoeptegels huilde. Het orgaan wapperde in de wind als de vlag van een land waar ik niet wilde wonen.

Maar toen las ik op het internet iets over de geneeskrachtige werking van wolvenspeeksel. Het zou de wonden sneller laten helen.

En dat is precies wat een thuis moet zijn, dacht ik. Thuis is de plek waar de wonden sneller helen. Thuis is een plek waar de problemen met huid en haar worden opgeslokt. Want wolven kauwen niet; dat wat de mens niet kan verteren, slikt de wolf gewoon door.

Uiteindelijk is de Wolvenstraat dus toch mijn thuis ­geworden en niet in de laatste plaats door de naamloze kroeg die drie voordeuren verderop van ons leeft. Mijn vrienden noemen hem 'de Wolvenschuur', mijn vrouw noemt hem 'het Wolfje' en ik noem hem 'de Weerwolf.'

Ik noem hem zo, omdat ik er als mens naar binnen stap, maar steevast als wolf de tent verlaat. De muziek is er goed, het eten is er beter, maar alles draait er om de sfeer. Voor mij voelt het er als een montessorischool met een bar.

Als mijn vrouw en ik ruzie hebben, zit ik er aan de bar. Dan praat ik tegen de wolf zonder ook maar iets te zeggen.

"Maar oma, wat heeft u een grote oren," zegt Roodkapje.

"Dan kan ik je beter horen," zegt de wolf.

De wolf is inderdaad een goede luisteraar. Als een ­harige spons neemt hij alles op en als het sluitingstijd is, stapt hij naar buiten en huilt hij al onze problemen naar de maan.

Maar binnenkort zal 'het Wolfje' voorgoed haar oren sluiten. De kroeg die achttien jaar lang een tien van de negen straatjes wist te maken, zal ons in het nieuwe jaar niet meer omver blazen. De wolf is uitgepuft. En de drie biggetjes zijn gevlogen.

Steeds vaker schrijf ik over de dingen die verdwijnen. Tram 16 in de Lairessestraat, barbecues in het Vondelpark, het Amsterdamse ziekenhuis waar ik ooit ter ­wereld ben gekomen, het Wolfje.

Ik vind het prachtig om Amsterdammer te zijn, maar soms voel ik me als een spin in een web. En elke keer als ik denk dat het web af is, wordt het kapotgemaakt en kan ik weer overnieuw beginnen.

Mijn vangnet. Mijn thuis. Aan stukken gescheurd door een man met een bezem. Mijn herinneringen kapotgemaakt door een schaap in wolfskleren.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden